alle werken

19 werken in Donemus catalogus

populaire werken

Symphonie Nº 6 'Amsterdamse' : voor orkest / Cornelis Dopper

Genre: Orkest
Subgenre: Orkest
Bezetting: 3fl(picc) 2ob eh 2cl cl-b 2fg cfg 4h 4trp 4trb tb timp perc hp cel org str

Symphonie III : 'Rembrandt', for orchestra, 1905 / Cornelis Dopper

Genre: Orkest
Subgenre: Orkest
Bezetting: 3222 4331 timp perc hp str

Sextet : voor blaaskwintet en piano / Cornelis Dopper

Genre: Kamermuziek
Subgenre: Blaassextet (blaaskwintet en piano)
Bezetting: fl ob cl fg h pf

nieuwste editie

Ab Jove Principium : for wind orchestra / Cornelis Dopper

Genre: Orkest
Subgenre: Harmonieorkest
Bezetting: picc fl ob 4cl fg sax-a sax-t sax-b 3trp 4h 3trb tb-t tb-bar 2tb-b timp perc

 

componist

Dopper, Cornelis

Nationaliteit: Netherlands
Geboortedatum: 1870-02-07
Sterfdatum: 1939-09-18
Website: Officiële website ; Treasured Composer's Page

Cornelis Dopper is in de eerste decennia van de twintigste eeuw een prominente figuur in het Nederlandse muziekleven. Zijn naam prijkt in gouden letters op de balkonrand van de Grote Zaal van het Concertgebouw, en in de dirigentenfoyer hangt een groot portret van hem door Louis Goudman. Zijn bekendste werk, 'Ciaconna Gotica' (1920) voor orkest, is een veelgespeeld repertoirestuk en wordt behalve door Willem Mengelberg ook door onder meer Richard Strauss, Karl Muck, Pierre Monteux, George Szell en Otto Klemperer gedirigeerd. Jarenlang is hij tweede dirigent achter Mengelberg van het Concertgebouworkest. In die functie begint hij in de jaren 20 met de schoolconcerten, die tot een traditie zullen uitgroeien. Naast zijn werkzaamheden als componist en dirigent geeft Dopper ook les in compositie en orkestratie; tot zijn leerlingen behoren Henriëtte Bosmans, Rudolf Mengelberg en Max Tak. Zijn oeuvre bestaat uit ongeveer honderd composities in verschillende genres, waaronder vier opera's, zeven symfonieën, vocale muziek en kamermuziek. Zijn conservatieve stijl is Duits georiënteerd, maar in zijn instrumentatie vertoont hij ook invloeden van Claude Debussy en Maurice Ravel. Componist Willem Pijper beschrijft hem als "een wandelaar, geen ontdekkingsreiziger". Dopper streeft ernaar Nederlandse onderwerpen in zijn muziek tot uitdrukking te brengen, zoals blijkt uit de titels die hij meegeeft aan zijn symfonieën: Rembrandt (nr. 3), Amsterdam (nr. 6) en Zuiderzee (nr. 7). Willem Mengelberg noemt hem "een typische Hollandse meester die mij als componist herinnert aan onze schilderkunst uit de zeventiende eeuw." Nog tijdens zijn leven verdwijnt Cornelis Dopper uit de belangstelling en na zijn dood wordt zijn werk nauwelijks meer uitgevoerd.

1870 - 1887

Cornelis Dopper wordt op 7 februari 1870 geboren in Stadskanaal. Op jonge leeftijd verliest hij beide ouders en wordt in huis genomen door zijn zus en haar man, componist en muziekonderwijzer Johannes Bernardus Kolkman. Kolkman geeft Dopper enkele jaren muziekles en raadt hem aan om naar het conservatorium in Leipzig te gaan.

1888 - 1893

Dopper vertrekt naar Leipzig, waar hij twee jaar studeert bij Carl Reinecke en Salomon Jadassohn. Na zijn terugkeer is hij enkele jaren als muziekleraar en koordirigent werkzaam in de stad Groningen.

1894 - 1903

Zijn opera 'Het blinde meisje van Castel-Cuillé' (1892) wordt in Amsterdam bij de Nederlandsche Opera op het toneel gebracht en beleeft enig succes. Dopper werkt als violist, koorrepetitor en dirigent bij de Nederlandsche Opera, totdat die de deuren sluit.

1903 - 1906

Cornelis Dopper werkt als muziekrecensent voor De Echo en voor Het Leven. Zijn Derde Symfonie (Rembrandt Symfonie) gaat in première onder leiding van Willem Mengelberg.

1906

Dopper vertrekt naar de Verenigde Staten. Hij maakt twee grote tournees met het operagezelschap Castle Square Opera Company van Henry Savage door de Verenigde Staten, Canada en Mexico en dirigeert daarbij de Amerikaanse première van Giacomo Puccini's 'Madama Butterfly'.

1908 - 1918

Na zijn terugkeer in Nederland vraagt Willem Mengelberg Cornelis Dopper om zijn eigen 'Rembrandt Symfonie' te dirigeren in het Concertgebouw, waarna hij onmiddellijk als tweede dirigent van het Concertgebouworkest wordt aangesteld. Dopper dirigeert in deze periode de Nederlandse premières van tal van belangrijke werken van Claude Debussy ('La Mer'), Maurice Ravel ('Ma mère l'oye'), Modest Moessorgski ('Nacht op de kale berg'), Isaac Albéniz, Manuel de Falla en anderen. Daarnaast dirigeert hij regelmatig eigen werk.

1918 - 1930

Op 8 november, tijdens de Novemberrevolutie, dirigeert Richard Strauss in Berlijn Doppers 'Symfonie nr. 6, Amsterdam' (1912), onder de titel 'Holländische Symphonie'. Twee weken later, op 24 november, dirigeert Cornelis 'Kees' Dopper in Amsterdam zijn 'Symfonie nr. 7, Zuiderzee' (1917). Componist en muziekcriticus Matthijs Vermeulen, die Dopper beschouwt als "den officieelen componist, waardoor elk ander talent verhinderd wordt te gedijen" en die Doppers werk al jaren bestrijdt in zijn recensies, roept in de stilte tussen het slotakkoord en het applaus "Lang leve Sousa!" - nog liever de marsen van de Amerikaan Sousa, met andere woorden, dan deze gezapige muziek. Vermeulen wordt daarop korte tijd de toegang tot het Concertgebouw ontzegd. Dit incident drukt een stempel op Doppers reputatie. Kritiek op zijn orkestdirectie leidt ertoe dat hij geen abonnementsconcerten meer mag dirigeren. Zijn conservatieve en nationalistische composities worden na de Eerste Wereldoorlog het mikpunt van avant-gardistische spot.

1930 - 1931

Uit handen van koningin Wilhelmina ontvangt Cornelis Dopper de Zilveren Eremedaille voor Kunst en Wetenschap der Huisorde van Oranje. Dopper treedt terug als tweede dirigent van het Concertgebouworkest en wordt opgevolgd door Eduard van Beinum.

1939

Op 18 september sterft Cornelis Dopper op 69-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam, enkele maanden nadat hij voor de tweede maal getrouwd is.

1991

De Stichting Cornelis Dopper wordt opgericht. De stichting stelt zich ten doel de belangstelling voor het leven en werk van de componist te bevorderen door onderzoek naar en uitvoeringen van zijn werk.

2002 - 2005

Joop Stam, voorzitter van de Stichting Cornelis Dopper, publiceert de biografie 'Schitteren op de tweede rang. Cornelis Dopper (1870-1939), zijn leven, werk en wereld'. Het Noord Nederlands Orkest verzorgt op 4 februari 2005 in De Harmonie in Leeuwarden de wereldpremière van de uit 1896 daterende 'Eerste symfonie Diana'.

2009 - 2010

De Stichting Cornelis Dopper ontvangt de Visser Neerlandia-prijs Cultuur, voor haar werk ten behoeve van de herleving van belangstelling voor de muziek van Dopper. Ter gelegenheid van de 70e sterfdag van Dopper organiseert de Stichting in Groningen een Dopperfestival, dat wordt gehouden van september tot februari. Een van de hoogtepunten is in november de wereldpremière van het verloren gewaande 'Requiem' (1935), dat Dopper enkele jaren voor zijn dood schreef. Deze dodenmis voor koor en symfonieorkest (of orgel) werd door Dopper-biograaf Joop Stam ontdekt in het archief van het Nederlands Muziek Instituut in Den Haag en door hem in samenwerking met Marinus Degenkamp gereconstrueerd. In het Veenkoloniaal Museum te Veendam wordt in dezelfde periode onder de titel 'Cornelis Dopper, componist tussen Mahler en Mengelberg' een expositie georganiseerd. Op 13 februari is in Stadskanaal een standbeeld van Cornelis Dopper onthuld.