alle werken

117 werken in Donemus catalogus

populaire werken

24 capriccio's voor viool solo

Genre: Kamermuziek
Subgenre: Viool
Bezetting: vl

Café society downtown : 3rd stringquartet : 2007 / Guus Janssen

Genre: Kamermuziek
Subgenre: String quartet (2 violins, viola, violoncello)
Bezetting: 2vl vla vc

NL Real Book (voor C-instrumenten) / ed.: Walter van de Leur ; Maarten van der Grinten ; Michael Moore et al.

Genre: Kamermuziek
Subgenre: Variabele instrumentatie
Bezetting: variabel

nieuwste editie

Mambo : for big band / Guus Janssen

Genre: Orkest
Subgenre: Big band
Bezetting: 4sax-a 2sax-t sax-bar/sax-a 5tpt 4trb trb-b tb pec g-e pf db

 

componist

Janssen, Guus

Nationaliteit: Netherlands
Geboortedatum: 1951-05-13
Website: Featured Composer's Page ; Officiële website

Guus Janssen is een Nederlands componist en pianist die in zijn werk verschillende muzikale werelden bijeenbrengt: die van de klassieke muziek en van de jazzmuziek, van het componeren en van het improviseren. Hij vermengt ze niet tot een synthese maar last ze aan elkaar tot een montage. In zijn gecomponeerde stukken komen gedeelten voor waarin de musici moeten improviseren en de improvisaties in zijn jazzcomposities zijn altijd gestructureerd. Visuele indrukken liggen vaak aan de basis van zijn improvisaties. Janssen componeert instrumentale en vocale muziek voor uiteenlopende bezettingen – het kan een duet voor piano en hi-hat zijn, of een stuk voor Siberische boventoonzangers. Onbevangenheid is een van zijn belangrijkste karakteristieken, en die behoedt hem voor routinewerk of een knieval voor de traditie. Janssens muziek is grillig, ontregelend en rusteloos – dat geldt zowel voor zijn composities als zijn improvisaties. In het strijkkwartet 'Streepjes', bijvoorbeeld, vermijdt hij bewust het traditionele vibrato-spel: de musici spelen louter flageoletten, om plots uit te halen met extreme vibrato-passages. Janssen heeft een speciale voorliefde voor de (opzettelijke) blunder, de hapering, het doorbreken van het aanvankelijk ingezette stramien. Het resultaat is muziek die zichzelf voortdurend relativeert en nooit verzandt in zwaarwichtigheid. Zijn stijl wordt sober, nuchter, helder, ja zelfs 'typisch Nederlands' genoemd. Zelf zegt hij "een muziek te willen schrijven die een open, onbevangen oor heeft voor alle 'muzieken' om ons heen." Als componist werkt hij meestal nauw samen met de uitvoerenden, om de kloof tussen compositie en uitvoering zoveel mogelijk te dichten. Als pianist is Janssen een vaste verschijning op grote en kleine podia, variërend van jazzcafés tot het Amsterdamse Concertgebouw.

1951 - 1972

Guus Janssen wordt geboren op 13 mei in Heiloo. Hij studeert piano bij Jaap Spaanderman en compositie bij Ton de Leeuw aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam.

1972 - 1973

Na zijn studie componeert Janssen het complexe pianostuk 'Brake', met duidelijke echo's van avantgardisten Iannis Xenakis en Brian Ferneyhough. Maar de complexiteit van 'Brake' ontstaat niet vanuit een compositorisch plan, maar grotendeels vanuit improvisatie. Tevens wordt zijn 'Muziek' voor blazers uitgevoerd door het ASKO Ensemble, waaraan Janssen zelf verbonden is als pianist.

1973 - 1980

Guus Janssen treedt op als improviserend pianist en klavecinist, alleen of met door hem gevormde ensembles zoal het Trio Guus Janssen en het Guus Janssen Septet. Hij speelt ook in andere combinaties, onder anderen met Paul Termos, Maarten Altena en Theo Loevendie. Zijn spel verraadt soms invloeden van jazzpianisten Thelonious Monk en Lennie Tristano, wier platen hij kent uit de collectie van zijn ouders.

1980

Tijdens het muziekfestival Warschauer Herbst voert Guus Janssen zijn pianoconcert 'Dans van de Malic Matrijzen' (1978) uit en tijdens de Donaueschinger Musiktage speelt het Radio Kamerorkest onder leiding van Ernest Bour de première van 'Toonen' met solistische medewerking van trombonist Vinko Globokar.

1981

Guus Janssen componeert 'Streepjes', zijn tweede strijkkwartet. Hij treedt op als solist in de serie 'Meesters van het Klavier' tijdens het Holland Festival. Janssen ontvangt de Boy Edgarprijs vanwege zijn verdiensten voor jazz en geïmproviseerde muziek. Het juryrapport looft hem als een uitgesproken vernieuwer "omdat hij kans ziet in zijn muziek twee verwante, maar tot op heden gescheiden stromingen tot een totaal nieuw geheel te smeden" - waarmee hedendaags klassieke muziek en jazzmuziek bedoeld worden.

1982

Guus Janssen soleert tijdens het North Sea Jazz Festival. Tussen jazzgiganten als Benny Goodman, Lionel Hampton, Stan Getz en Dizzy Gillespie blijft Janssen niet onopgemerkt. Hij ontwerpt volgens de recensent "vanuit minieme thema'tjes meesterwerkjes".

1984

Guus Janssen krijgt de Matthijs Vermeulen Prijs voor zijn compositie 'Temet' (1983) voor fluit, viool, cello en harp.

1987 - 1989

Met John Zorn treedt Guus Janssen op in het BIMhuis in Amsterdam. Daar spelen zij oude bop-stukken van Misha Mengelberg tijdens de October Meeting. Het jaar daarop doen ze hetzelfde in Italië. Het Koninklijk Concertgebouworkest verleent Janssen de opdracht voor een compositie. Het wordt het stuk 'Keer' (1988). Hij zet daarin met name de strijkers aan het werk die in moderne muziek 'zo vaak niets zitten te doen'. "Je krijgt het idee dat die violisten in een molen terecht zijn gekomen die maar doordraait. (…) Dat strijkergeweld moet worden gekeerd en daarom breken de koperblazers er met dat basisakkoord doorheen."

1993 - 1994

Samen met zijn broer, de drummer Wim Janssen, treedt Janssen op in de Knitting Factory in New York. Voor een concert van violist Gidon Kremer in het Amsterdamse Concertgebouw componeert Janssen in diens opdracht het werk 'Klotz' (1994), voor viool, hi-hat-solo en ensemble. Tijdens het Holland Festival vindt de première plaats van de opera 'Noach' op een libretto van Friso Haverkamp. De regie van deze voorstelling is in handen van Pierre Audi en het decor is gemaakt door Karel Appel.

1996

Guus Janssen schrijft in opdracht voor de Donaueschinger Musiktage 'Verstelwerk'. De essentie van dit werk, aldus Janssen, zit hem in "hoe het met tonaliteit omgaat, hoe het schots en scheef in elkaar zit. Er wordt ook uitbundig in geswingd, maar op een merkwaardige, struikelende manier […] het klink als een soort geflipte Bernstein. 'Verstelwerk' is een van mijn lievelingsstukken en de dirigent vond het een feest."

1999 - 2000

De opera 'Noach' wordt opnieuw door de Nederlandse Opera uitgevoerd. Een jaar later vindt de première plaats van de opera 'Hier°' (spreek uit: Hier tot de nulde macht) waaraan Guus Janssen van 1996 tot 2000 heeft gewerkt. Het libretto is van Friso Haverkamp, de regie van Pierre Audi.

2003

Met enkele componisten uit de barok en de klassieke periode (waaronder Joseph Haydn, C.Ph.E. Bach en Domenico Scarlatti) heeft Guus Janssen een speciale band. Soms gebruikt hij hun werken als aanzet tot improvisatie, soms geven ze hem een idee voor een eigen compositie. Voor het Nederlands Blazersensemble bewerkt Janssen zes 'Sonates' van Domenico Scarlatti. Drie van de sonates instrumenteert hij voor blazers, drie andere bewerkt hij zodanig dat ze 'verkeerd aflopen'.

2007 - 2008

Janssen is dit seizoen composer in residence bij het Brabants Orkest. Hij componeert 'Belvédère', voor 2 celli en orkest, voor Larissa Groeneveld en Ernst Reijseger met het Brabants Orkest. 'Verstelwerk' (1996) wordt uitgevoerd op 5 februari in de Carnegie Hall in New York door het Riverside Orchestra.

2010

'Pinocchio in Love' is de nieuwe opera met een libretto van Friso Haverkamp en geschreven voor de zomertournee van het Ricciotti Ensemble. In de herfst gaat het ensemble naar Sicilië.

2011

Op 10 mei speelt Guus Janssen de première van zijn pianoconcert 'Vrije Tijd' met het Asko|Schönberg in het Concertgebouw van Amsterdam.

2012

De Johan Wagenaarprijs wordt in december - tijdens de Dag in de Branding - in Den Haag uitgereikt aan Guus Janssen. Uit het juryrapport: “Componist Guus Janssen is ‘Holland op z’n best’. Zijn oeuvre is authentiek, uitgesproken eigen en met niets anders te vergelijken. Zijn werk heeft zo’n unieke signatuur dat al zijn stukken, om het even uit welke periode, altijd meteen als ‘typisch Janssen’ te herkennen zijn. De jury beschouwt hem als een van de meest creatieve en vrijdenkende componisten van deze tijd.”