gerelateerde werken
Variaties op een Uilenspiegelthema / door 11 Nederlandse componisten
Genre:
Orkest
Subgenre:
Viool en orkest
Bezetting:
3222 4330 timp perc (hp ad lib.) str 2vl-solo
San-Yüeh : for orchestra, opus 26, 1985, rev. 1988 / Leo Samama
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2222 4231 5perc 2hp str
Da uno spazio bianco : for orchestra / Giuliano Bracci
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
fl fl(pic) 2ob 2cl 2fg 2h 2trp 2trb trb tb perc hp str
Symphonie no. 7 : Dithyrambes pour les temps à venir, 1963-1965 / Matthijs Vermeulen
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2fl(pic) 2fpic 2ob 2ob(eh) 2cl(pic) 2cl cl-b 3fg cfg sax-a 4h trp-p 3trp 3 trb tb 2timp 5perc cel 2hp str
compositie
2e Symphonie : voor orkest / Oscar van Hemel
Overige auteurs:
Hemel, Oscar van
(Componist)
Bevat:
Moderato
Scherzo (Passacaglia)
Adagio
Allegro giocoso
Toelichting:
Program note (Dutch): Het werk is in vier, naar vorm, inhoud, karakter en coloriet contrasterende delen ontworpen. De componist heeft getracht 'directe' taal te spreken, zonder vooropstelling van 'ismen.' Het eerste deel is gebouwd op drie thema's. Het eerste, energiek, valt met de deur in huis. Dromerig van aard is het tweede (fagotsolo). Het derde (hobosolo) licht en schertsend. In de doorwerking wordt dit drietal verwerkt. Het tweede deel is een Scherzo in passacagliavorm. Een reeks vrije variaties, waarin de blazers een grote rol spelen, zijn ontworpen op een obstinaat basmotief, hetwelk ook in hogere registers voorkomt. Het Adagio - dit werd het eerst gecomponeerd - wil dieper aanspreken en is gefundeerd op drie hoofdthema's, waarvan het derde contrapuntisch is behandeld. Het slotdeel, Allegro giocoso, heeft een hoofdthema dat vrolijk en syncopisch is. Hier wil de componist alle zorgen van zich afschudden. Een tweede thema met gepuncteerd ritme (fagot in het diepe register), is luchtig van aard en
loopt door het gehele orkestrale palet, deels gesecondeerd door een zangerig thema. Na deze ontwikkeling, gevolgd door een korte doorwerking, verschijnt het eerste thema, niet meer gesyncopeerd, doch breed zingend. Beide, het originele en het ritmisch omgewerkte, treden op het einde in verband van gelijktijdigheid op. - OSCAR VAN HEMEL