gerelateerde werken
Dorpsdans : voor vierstemmig gemengd koor en piano, 1941 / tekst: Jacques Perk, Oscar van Hemel
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Gemengd koor en piano
Bezetting:
GK4 pf
Carrousel : concerto for orchestra, 2002 / Gerard Ammerlaan
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
pic 2fl 2ob eh(ob) 3cl 2fg cfg(fg) 4h 2trp 2trb trb-b tb timp 3perc str(14.12.10.8.6.)
Symfonie : for orchestra, 1935 / Willem van Otterloo
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
3333 6431 timp perc xyl cel 2hp str
Les palmes dans le vent : (etude symphonique), (1950) / Ignace Lilien
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
3233 4331 timp perc hp pf str
compositie
2e Symphonie : voor orkest / Oscar van Hemel
Overige auteurs:
Hemel, Oscar van
(Componist)
Bevat:
Moderato
Scherzo (Passacaglia)
Adagio
Allegro giocoso
Toelichting:
Program note (Dutch): Het werk is in vier, naar vorm, inhoud, karakter en coloriet contrasterende delen ontworpen. De componist heeft getracht 'directe' taal te spreken, zonder vooropstelling van 'ismen.' Het eerste deel is gebouwd op drie thema's. Het eerste, energiek, valt met de deur in huis. Dromerig van aard is het tweede (fagotsolo). Het derde (hobosolo) licht en schertsend. In de doorwerking wordt dit drietal verwerkt. Het tweede deel is een Scherzo in passacagliavorm. Een reeks vrije variaties, waarin de blazers een grote rol spelen, zijn ontworpen op een obstinaat basmotief, hetwelk ook in hogere registers voorkomt. Het Adagio - dit werd het eerst gecomponeerd - wil dieper aanspreken en is gefundeerd op drie hoofdthema's, waarvan het derde contrapuntisch is behandeld. Het slotdeel, Allegro giocoso, heeft een hoofdthema dat vrolijk en syncopisch is. Hier wil de componist alle zorgen van zich afschudden. Een tweede thema met gepuncteerd ritme (fagot in het diepe register), is luchtig van aard en
loopt door het gehele orkestrale palet, deels gesecondeerd door een zangerig thema. Na deze ontwikkeling, gevolgd door een korte doorwerking, verschijnt het eerste thema, niet meer gesyncopeerd, doch breed zingend. Beide, het originele en het ritmisch omgewerkte, treden op het einde in verband van gelijktijdigheid op. - OSCAR VAN HEMEL