gerelateerde werken
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Gemengd koor en orkest
Bezetting:
sopr GK4 pic fl(pic) fl 2ob eh 2cl cl-b 2fg cfg 4h 3trp 3trb tb timp xyl(vibr) mar 3perc 2hp 2pf str fl(fl-a pic)-ob(eh)-cl-2h-trp-p-solo
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
ten 3432 sax-s 2210 5perc 2hp str(12.12.12.10.8.)
Concert voor altsaxofoon en harmonieorkest : 1986 / Simon Burgers
Genre:
Orkest
Subgenre:
Saxofoon en HaFaBra
Bezetting:
3.2.20.2 3sax 4332 euph timp 4perc sax-a-solo
Primavera : 1944, bewerking voor klein orkest (1959) / Hans Henkemans
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
1110 1000 str(6.6.4.2.1.)
compositie
Follia : voor koperblazers, slagwerk, elektriese instrumenten en vijf solo-strijkers, (1972-'73) / Klaas de Vries
Auteur(s):
Vries, Klaas de
(Componist)
Toelichting:
Follia heeft bepaalde karakteristieke overeenkomsten met andere composities uit het begin van de jaren zeventig [van de vorige eeuw]: diatoniek, homogene klankblokken (cf. de bezetting) en een minder gedifferentieerde ritmiek vergeleken met veel muziek uit de voorgaande periode. De bezetting en de vorm hang nauw samen. In het koper wisselen twee contrasterende blokken elkaar af. Het eerste, massief van klank, diatonisch van opbouw en met een motorisch ritme, keert een aantal keren ongewijzigd terug, maar wel steeds in een ander register. Het tweede, a-motorisch (lang aangehouden tonen) en meer chromatisch, verandert voortdurend. Deze twee blokken van de blazers contrasteren - alleen al door klank en volume - op zich weer met de vijf strijkers, die ook steeds als blok optreden. Door het gebruik van hetzelfde toonhoogte-materiaal werken de strijkersblokken als echo van de muziek van de blazers. Drie tamtams en twee gongs, op verschillende manieren bespeeld (onder andere met een strijkstok aangestreken), vormen de bemiddelaars in klank tussen koper en strijkers. De afwisseling van deze gegevens wordt één keer onderbroken door een blok van elektrische instrumenten en twee xylorimba's, die na het koper en de strijkers een derde versie van hetzelfde materiaal presenteren. Door het constant in andere gedaantes terugkeren van hetzelfde toonhoogte-materiaal (twee diatonische reeksen die een kleine secunde - of none - uit elkaar liggen) en de montage-achtige bouw van de vorm, waarbij de volgorde van de blokken geen dwingend muzikaal verloop vertoont (met andere woorden: ze zouden tot op zekere hoogte gewijzigd kunnen worden zonder de essentie van de muziek aan te tasten), heeft het stuk een overwegend statisch karakter (...). - KLAAS DE VRIES