gerelateerde werken
Integratie : voor accordeon en blaaskwintet / Frans Vuursteen
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Gemengd ensemble (2-12 spelers)
Bezetting:
2fl(picc/fl-c) ob(f.h) cl(cl-b) bsn(bsn-c) acc
Concerto : per orchestra da camera / Marinus Kasbergen
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2121 1110 3perc pf str
Festival! : for chamber orchestra / Onno Krijn
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
fl ob cl fg h trp trb perc str
Frühlingsgewalt : concertouverture, voor orkest, opus 11 / Johan Wagenaar
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
fl fl(pic) 2ob 2cl 2fg 4h 3trp 3trb tb timp triangle (hp ad lib.) str
compositie
Spleen : (based on the poem by Charles Baudelaire), for nineteen players, 1981 / Frans Vuursteen
Overige auteurs:
Vuursteen, Frans
(Componist)
Toelichting:
In het gedicht Spleen van Charles Baudelaire, waarin levensmoeheid centraal staat, worden in de eerste drie coupletten een aantal situaties geschetst als voorwaarde voor de gebeurtenissen in de laatste twee coupletten. Het pizzicato-motief met de lage none (hoorns + contrabas), gevolgd door de flageolet-canon (respectievelijk de maten 24 en 25) duiden op het eerste gegeven: duisternis ontstaan uit een lage, grauwe lucht, die als een deksel drukt op de met zorgen gekwelde geest. De tweede voorwaarde (de aarde gezien als een gevangenis, waarin de Hoop als een vleermuis telkens tegen het verrotte plafond vliegt: maat 36 t/m 80) wordt door de twee hobo's en de strijkers uitgebeeld. Hierna symboliseert de strijkersgroep (met uitzondering van de contrabas) in flautando tremolo's de onophoudelijke regen (= tralies) als derde voorwaarde (maat 81 t/m 104) en worden de spinnen (= vierde voorwaarde), die de hersenen bedekken met hun webben, uitgebeeld door de zestiende beweging van de eerste en tweede violen en hoorns, afgewisseld met een trillerbeweging in alten en cello's (maat 105 t/m 153). Na het intermezzo (blazers soli met onder andere Engelse hoorn, maat 154 t/m 190) wordt via een langzaam opgebouwde strijkerscluster het hoogtepunt voorbereid (= eerste van de laatste twee coupletten: gebruik van klokken, vergeleken met klagende, voor altijd verloren zijnde geesten, gesymboliseerd door de vier blazers (maat 212 t/m 221)). Hieruit volgt het laatste couplet (Doodsangst als overwinnaar van de Hoop), waarin een trillerbeweging, gebaseerd op de maten 134 t/m 142, geleidelijk overgaat in een Col Legno Battuto-gedeelte met aansluitend een kort blazerscoda en een Bartók pizzicato. - FRANS VUURSTEEN