gerelateerde werken
Red, white and blues : Dutch new blues pieces, for piano, volume 2
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Piano
Bezetting:
pf
Vene : for large ensemble / Jan-Bas Bollen
Genre:
Orkest
Subgenre:
Groot ensemble (12 of meer spelers)
Bezetting:
fl(picc) ob cl fg h tpt 2perc pf acc 2vn vla vc db
Inventions : for brass and percussion / Peter van Onna
Genre:
Orkest
Subgenre:
Groot ensemble (12 of meer spelers)
Bezetting:
4h 4trp 3trb 2tb 3perc
Scenes from an old memory box : for 19 players / Joey Roukens
Genre:
Orkest
Subgenre:
Groot ensemble (12 of meer spelers)
Bezetting:
fl(pic) fl(fl-a) ob ob(eh) cl cl(cl-b) 5perc pf/synth/keyboard(cel) 2vl vla vc cb cb
compositie
Confusion : for ensemble and tape, 1988 / Dolf de Kinkelder
Auteur(s):
Kinkelder, Dolf de
(Componist)
Toelichting:
Program note (Dutch): De muziek op de tape is gerealiseerd met behulp van MIDI-apparatuur: een computer met Steinberg-opnamesoftware en enkele synthesizermodules. De synthesizerklanken op de tape zijn tot zekere hoogte imitaties van instrumentklanken: piano, drums en basgitaar, aangevuld met vibrafoon, marimba, xylofoon, conga's, cowbells etc. De 'instrumenten' op tape zijn net zo behandeld als de orkestinstrumenten; ze zijn traditioneel genoteerd en middels een toetsenbord realtime of langzamer ingespeeld. En er wordt een interactie tussen orkest en tape gesuggereerd: de basgitaar op tape bemoeit zich met basgitaar en tuba, de drummer wordt becommentarieerd door drumklanken op de tape enz. De dirigent dirigeert op de tape. Vorm en structuur zijn medebepaald door de mogelijkheden van computer met MIDI-apparatuur, met name het kopi\u1083?ren en verplaatsen van fragmenten naar andere 'instrumenten' en het vertalen van orkestpartijen in tape-klanken.
Confusion bestaat grofweg uit drie delen: langzaam, snel, langzaam. In de beide, vrijwel identieke langzame delen speelt ongelijktijdigheid een grote rol: orkestinstrumenten worden solistisch en individueel behandeld, soms begeleid door tape, orkest of beide. Het aantal gebeurtenissen neemt langzamerhand toe en uiteindelijk ontstaat een blokmatige strijd tussen orkest en tape. Een solo van de sopraansax, begeleidt door 'vibrafoon' (tape) vormt de overgang naar het snelle deel. Piano, bas en drums vormen een ritmesectie, die aan salsa verwante patronen speelt, slechts begeleid door een 'cowbell' (tape). Gaandeweg zijn er op de tape flashbacks uit het eerste deel te horen; schijnbaar dwars tegen het orkest in, maar ritmisch perfekt ingepast. Deze worden verderop vervangen door een sterk percussief 'marimba' geluid, dat opgebouwd is uit alle melodische en ritmische gebeurtenissen in het orkest. Dit blijft doorgaan, ook nadat het orkest is gestopt, en vormt weer flashbacks tijdens het
opnieuw aangevangen langzame deel, om uiteindelijk voor de tweede keer alleen over te blijven. - DOLF DE KINKELDER