gerelateerde werken
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Gemengd koor en orkest
Bezetting:
sopr sopr-m ten bar GK4 2fl fl(pic) 2ob ob(eh) 3cl 3fg fg(cfg) 4h 3trp 4trb 5perc steelband 2hp str
2 Heine-Lieder : voor middenstem en piano, 1940 / Johan Weegenhuise
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en piano
Bezetting:
medium pf
Ronde : pour soprano et piano / Jaap Geraedts
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en piano
Bezetting:
sopr pf
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en piano
Bezetting:
sopr pf
compositie
Kind en kraai : = Kind noch Kegel, een liederencyclus op tekst van Harry Mulisch, ein Liederzyklus auf Text von Harry Mulisch, -opus 26-, (1977) / (aus dem Niederländischen von Siegfried Mrotzek), Peter Schat
Overige auteurs:
Mulisch, Harry
(Tekstdichter/librettist)
Schat, Peter
(Componist)
Bevat:
Boezem
Vergezicht
Spiegel
Pop
Vertrek
Zorg
Gelag
Aanzoek
Spel
Verzoening
Samenhang
Toelichting:
Program note (Dutch): Première: 2 juni 1977 - Sonesta Koepelzaal, Amsterdam - Marjanne Kweksilber en Reinbert de Leeuw (Holland Festival). In een elftal liederen wordt, van de wieg tot het graf, een levensverhaal verteld, vol van oedipale spanningen. In het werk wordt consequent gebruik gemaakt van de techniek van intervalsturing.
Ik grijp als het ware terug op mijn kindertijd, op mijn eerste compositie: Passacaglia en fuga voor orgel, opus 1. Na de uitvoering van dit werk las ik in de krant dat ik, volgens de recensent, een leerling was (ik was toen 18 jaar) van Schönberg. Ik dacht toen: "Ik moet toch gauw eens een stuk van Schönberg gaan beluisteren". En ik deed dat, en begreep toen waarom die recensent tot zijn uitspraak gekomen was. Tweeëndertig jaar later, dus 25 opusnummers later, wilde ik in Kind en kraai op mijn opus 1 doorgaan. Het Passacaglia-thema keert hier terug in vele gedaanten.
In de ouverture van deze cyclus (die als motto heeft: "Hoor wie klopt daar kind'ren") hoor je dat Passacaglia-thema in de twee laatste maten: drie dalende kwinten, gekoppeld door twee kleine tertsen. Dit gegeven is hier uitgewerkt tot het hele chromatische gebied.
Kind en kraai is een tussenstap tussen de individuele toon, zoals die bij Schönberg verschijnt, en de drieklank die in de Toonklok gelanceerd wordt. Het is een intervals-, een tweetoons-compositie. Dat is bijvoorbeeld duidelijk te horen in het achtste lied: "Verzoening". Het is gebaseerd op even intervallen. Het oktaaf is hier het symbool van het licht, het kaarslicht. De tekst "Moogt gij nimmer kijven door middel van het licht" wordt hier uitgedrukt door een repeterend oktaaf op de toon D. Het oktaaf werkt hier als een dissonant! Het licht kijft!
In het tiende lied, "Vergezicht", is sprake van een schrijnend gegeven: "Kindje is verdoemd". Ik gebruik daar oneven intervallen: kleine secunde, kleine terts, grote septiem, etc.De tekst van Mulisch heb ik als nogal luguber ervaren. Toen deze cyclus in Amerika gezongen werd, gebruikten de mensen nogal eens het woord "huiveringwekkend".
De vorige eeuw kent enkele belangrijke liederencycli (Schubert, Schumann); Schönberg schreef kort voor de Eerste Wereldoorlog zijn "Buch der hängenden Gärten". In zekere zin heb ik op deze traditie ingehaakt, als herinnering aan wat eens een liederencyclus was. - PETER SCHAT