gerelateerde werken
The world : for baritone and pianoforte, 1952 / Jaap Geraedts
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en piano
Bezetting:
bar pf
Te Deum : for mixed choir, baritone solo and orchestra / Anthon van der Horst
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Gemengd koor en orkest
Bezetting:
bar 2GK4 3344 6332 timp perc 2hp org str
Sicut Cervus : for mixed choir and orchestra / Jan Vriend; text: Victor Hugo
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Gemengd koor en orkest
Bezetting:
GK picc ob cl cl-b fg cfg 2h trb trb-b 3perc str
2ième Symphonie Les poètes et les baladins : pour trois soli, chœur et orchestre / Robert (Bob) Hanf
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Gemengd koor en orkest
Bezetting:
sopr ten bar GK orch
compositie
De graaf van weet-ik-veel : monstruofonische ballade, voor gemengd koor, sopraan-solo, alt-solo, bas-solo, benevens een solo voor grote mandfles, alias "blaasbol" (Schevenings), alias "Dame-Jeanne", alias "Wicker-bottle", en orkest, (1956) / [tekst:] (A.M.G. Schmidt), Jaap Geraedts
Auteur(s):
Schmidt, Annie M.G.
(Tekstdichter/librettist)
Geraedts, Jaap
(Componist)
Toelichting:
Program note (Dutch): In 1957 vroeg Hans Brandts Buys, de toenmalige dirigent van het Utrechts Studentenkoor en orkest (U.S.K.O.) Jaap Geraedts om een humoristische compositie voor zijn studenten. Deze koos als tekst de nonsensikale ballade van 'De Graaf van Weet-ik-veel' van Annie M. G. Schmidt, waarin verteld wordt van de kasteelheer van Umperadeel die omringd is van adders, slangen, uilen, padden, vam- en andere pieren, en een vurige draak, wier gekrijs en gesis aanleiding geven tot allerlei grappige klankbeelden. Naast het koor en de solo-stemmen gebruikte Geraedts drie fluiten, hobo, twee klarinetten, fagot, twee hoorns, trompet, piano, slagwerk, strijkers, alsmede een mandfles, waaraan (als 'fiasco solo') een mysterieus geluid ontlokt wordt op het moment waarop de draak ten tonele verschijnt. Het aardige van deze 'monstruofonische ballade' is, dat alle humoristische effecten strikt in het muzikale vlak liggen. Er wordt een beetje de draak gestoken met de 'klangliche' vernieuwingen, welke via
elektronische en radiofonische middelen omstreeks 1950 hun intrede deden in de moderne muziek. - JAAP GERAEDTS