gerelateerde werken
Bifrons : for percussion, tenor saxophone, harpsichord and bass guitar, 1992 / Anton Havelaar
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Gemengd ensemble (2-12 spelers)
Bezetting:
sax-t perc g-b cemb
L' epitaphe Villon : ballade des pendus, pour voix moyenne et orchestre, 1965 / Jo van den Booren
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
medium 3330 4331 timp 3perc str(10.10.8.6.5.)
Sine nomine : for soprano & chamber orchestra, (1973) / Enrique Raxach
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest; Zangstem(men) en multimedia met of zonder instrument(en)
Bezetting:
sopr 2222 sax-a 2220 2perc el.g hp man ham.org cemb (pf synth ad lib.) str(8.5.5.4.2.) tape
Belsazer : for alto and orchestra / Henriëtte Bosmans; words by Heinrich Heine
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
alt 3222 4220 timp perc cel hp str
compositie
Marsua : for mezzo soprano and string orchestra, 1996 / text: Hugo Claus, Anton Havelaar
Auteur(s):
Claus, Hugo
(Tekstdichter/librettist)
Havelaar, Anton
(Componist)
Toelichting:
Program note (Dutch): Het stuk geeft de strijd weer van een (jonge) kunstenaar tegen het academisme. Aan het begin voeren haast en bravoure de boventoon. Vanaf maat 110 wordt daar een strenge, statische laag achter geplaatst van flageoletten en non-vibrato tonen (die hoeven niet door de aanvoerders te worden gespeeld). In maat 130 de eerste dreigende voorbode van totaal chromatiek. Hierdoor nog ongehinderd wordt in maat 160 zelfs een C-groot accoord bereikt. Hierna worden de accoorden echter in een strak keurslijf geperst en leiden naar een lange weeklacht (202) waarin de solo-viool als alter ego van de zangeres fungeert. Tweemaal mondt deze uit in een uitbarsting van woede en onmacht. De eerste maal gevolgd door weer een chromatisch accoord (250), de tweede keer door een diatonische (modale) vioolsolo (292) vol oprechte naïviteit. Het slot laat een koraal horen begeleid door motivisch materiaal uit het begin van het stuk. Echter zonder de "drive" van de eerste keer. Het koraal verwordt tot "typisch
seriële" sprongen. Het orkest speelt gaandeweg meer "abstracte" noten en eindigt op een dof grommend bewegingloos 12-toonsaccoord. - ANTON HAVELAAR