alle werken

18 werken in Donemus catalogus

populaire werken

Allegro impetuoso (uit Strijkkwartet Nº 1 [onvoltooid]) : for string quartet / Dick Kattenburg

Genre: Kamermuziek
Subgenre: Strijkkwartet (2 violen, altviool, cello)
Bezetting: 2vn vla vc

Sonate voor fluit en piano : 1937, opus 5 / geredigeerd door Jeff Hamburg, Dick Kattenburg

Genre: Kamermuziek
Subgenre: Fluit en toetsinstrument
Bezetting: fl pf

Sonata : for viola and piano / Dick Kattenburg

Genre: Kamermuziek
Subgenre: Altviool en toetsinstrument
Bezetting: vla pf

nieuwste editie

Allegro impetuoso (uit Strijkkwartet Nº 1 [onvoltooid]) : for string quartet / Dick Kattenburg

Genre: Kamermuziek
Subgenre: Strijkkwartet (2 violen, altviool, cello)
Bezetting: 2vn vla vc

 

componist

Kattenburg, Dick

Nationaliteit: Netherlands
Geboortedatum: 1919
Sterfdatum: 1944
Website: Treasured Composer's Page

Dick Kattenburg kwam in Amsterdam ter wereld, maar verhuisde op jonge leeftijd met zijn familie naar Naarden. Zijn vader was textielfabrikant en directeur van Hollandia-Kattenburg, een voor Amsterdammers bekend gebouw aan de overkant van het IJ. Dick en zijn broer Tom kregen vanaf jonge leeftijd een gedegen muzikale opleiding. Tom werd concertpianist, Dick studeerde muziektheorie en viool in Antwerpen en volgde in Den Haag dezelfde vakken. Hij had les van o.a. Willem Pijper. Kort na zijn staatsexamen, in 1941, werd Kattenburg wegens zijn joodse afkomst gedwongen onder te duiken. Hij kon terecht bij een vriendin in Utrecht, Ytia Walburg Schmidt. Deze schuilplaats werd echter verraden, en in de jaren die volgden zwierf Kattenburg langs een aantal andere adressen. Volgens een naoorlogs bericht van het Rode Kruis was Uiterwaardenstraat 387 in Amsterdam daarvan het laatste. Kattenburg gebruikte de schuilnamen "Van Assendelft van Wijck" en "K. van Drunen". Op 5 mei 1944 werd Kattenburg opgepakt, waarschijnlijk tijdens een razzia in een bioscoop. In Westerbork zag hij nog kans een briefje naar zijn oom en tante in Amsterdam te sturen. Kort daarna, op 19 mei 1944, werd hij naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij tussen 22 mei en 30 september werd vermoord, amper vijfentwintig jaar oud.
Gedurende zijn korte leven schreef Kattenburg een dertigtal composities voor diverse bezettingen. Een groot deel daarvan kwam tijdens de oorlog tot stand. In deze benarde jaren stond hij in contact met Leo Smit en stuurde hij deze oudere collega een brief met muziektechnische vragen; Smits reactie is bewaard gebleven. Opvallend is dat Kattenburg, die liberaal was opgevoed, zich in de oorlog steeds sterker bewust lijkt te zijn geworden van zijn joodse achtergrond. Zo schreef hij een serie Palestijnse liederen (1940-45), die zionistisch van karakter zijn en het Beloofde Land bezingen; Het oude Joodse land werd in die tijd immers nog Palestina genoemd. "Voorwaarts arbeiders, naar het beloofde land", zo roept de montere mars in Kadima Hapoel op. Kattenburg gaf deze bundel liederen overigens het opschrift "Roemeense liederen" mee; het omslag van de Hebreeuwse melodie zegt: "Roemeense melodie". In beide gevallen gaat het om "vermommende" titels, bedoeld om de manuscripten tijdens de onderduik onverdacht te houden en zo veilig te stellen.
In met name de instrumentale composities van Kattenburg is de invloed van de eigentijdse Franse muziek hoorbaar. Vaker is zijn stijl echter ronduit romantisch. De Blues (1940) voor piano quatremains, geschreven voor de vijftigste verjaardag van zijn moeder, heeft een jazzy feel. Opvallend is ook de Tapdance (1936), voor piano quatre-mains en tapdanser of slagwerk.
De muziek van Kattenburg werd tijdens zijn leven nauwelijks uitgevoerd. Eén van de uitzonderingen is de Sonate (1937) voor fluit en piano. Kattenburg schreef dit werk voor een bevriende fluitiste, Ima van Esso. Net als Kattenburg kwam zij in de oorlog in Auschwitz terecht, maar zij overleefde het kamp. Ze bewaarde Kattenburgs manuscript en stuurde het in 2000 als verjaardagscadeau toe aan fluitiste Eleonore Pameijer. Getroffen door de zeggingskracht van het werk, en door het verhaal er achter, voerde deze het in de jaren die volgden regelmatig uit. In 2004 bleek dat deze compositie niet de enige was die bewaard was gebleven. Een dochter van Dick Kattenburgs zuster Daisy, Joyce Bergman-van Hessen, besloot de nalatenschap van haar moeder door te nemen. Dit naar aanleiding van een aankondiging van een concert van Eleonore Pameijer en pianist Marcel Worms, die de sonate zouden vertolken. Ze dacht dat ze misschien met het doorzoeken van de dozen op zolder iets meer over haar oom te weten zou kunnen komen. De vondst die ze deed was spectaculair: een stapel manuscripten met een schat aan muziek van Dick Kattenburg. De Sonate voor fluit en piano bleek geen uitzondering: ook de andere composities zijn van hoge kwaliteit.

Wim de Vries / Jochem van der Heide, source: leosmitfoundation.org

1919 - 1944

Dick Kattenburg werd op 11 november 1919 in Amsterdam geboren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij opgepakt en in mei 1944 naar Auschwitz getransporteerd. Waar en hoe hij om het leven kwam is niet bekend.

Opleiding
Hij studeerde viool aan de muziekschool in Bussum en in 1936 behaalde hij het diploma 'Theorie et Violon' aan het Collège Musical Belge in Antwerpen. Zijn leermeester was Hugo Godron. In 1941 deed hij staatsexamen in Den Haag bij Willem Pijper.

Composities
Dick Kattenburg heeft tijdens zijn korte leven een 30-tal composities geschreven, solostukken, kamermuziek, orkestwerken en liederen. Tijdens de oorlog was hij ondergedoken bij o.a. Hans Henkemans in Utrecht en had hij contact met de componist Leo Smit, die hem adviezen gaf. Zijn manuscripten zijn bewaard gebleven maar kwamen pas in 2004 weer tevoorschijn.