gerelateerde werken
String quartet Nº 1 / Carlos Micháns
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Strijkkwartet (2 violen, altviool, cello)
Bezetting:
2vl vla vc
Psalm 23 : opus 41, voor gemengd koor en orgel (harp, piano), 1990 / Wim Brandse
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Gemengd koor en orgel; Gemengd koor en piano; Gemengd koor en instrumenten
Bezetting:
GK6 org/hp/pf
O Me! O Life! : for mixed choir and string quintet / Lowell Dykstra; text by Walter Whitman
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Gemengd koor en instrumenten
Bezetting:
GK 2vn vl vc db
Psalmenrequiem : koor en harp, 2005 / Daan Manneke
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Gemengd koor en instrumenten
Bezetting:
GK4 hp
compositie
Tirthánkara : voor gemengd koor en cello, 2002 / tekst uit 'Dravidianen' (1999-2001) (Carlos Micháns), Carlos Micháns
Auteur(s):
Micháns, Carlos
(Tekstdichter/librettist)
Micháns, Carlos
(Componist)
Toelichting:
Program note (Dutch): Een jaar of acht geleden, toen ik voor het eerst een bezoek aan India bracht, wist ik nog niets over het 'jainisme' (of djzainisme), de filosofische verlossingsleer die haar naam ontleent aan het Sanskriet woord 'Jina', de overwinnaar van de wereld. Net als het Boeddhisme en rond dezelfde periode werd ook het jainisme door de zoon van een Indiase koning gesticht (of op zijn minst hervormd), in dit geval Vardhamana, die beter bekend is als Mahavira (grote held). Hij was echter niet de eerste, maar de 24e en laatste van een reeks profeten of tirthankara's. Zij worden naakt afgebeeld, staande of zittend en met enorme, indringende ogen, vaak met bergkristal ingelegd, hetgeen de zwarte, in de oogkassen aangebrachte pupillen vergroot en bijna hypnotiserend op de kijker werkt. Het gedicht (oorspronkelijk in het Spaans) waarop deze compositie is gebaseerd, beschrijft in het kort de beginselen van de jainleer: totaal en absoluut respect voor het leven, verwerping van het eigen 'zelf' en
een leven van onthouding en anonimiteit, met de dood als natuurlijke overgang van stof naar geest. In de muziek is deze sfeer van rust en ingetogenheid eerst door de cello gesuggereerd, daarna door de lange, zachte melodie van de tenoren. Zij worden door de bassen ondersteund, die met hun monotoon herhaalde tonen de ostinato-figuren van een Indiase tampoera (een voor de raga's gebruikt snaarinstrument) proberen te imiteren. Alten en sopranen nemen het vervolgens van de mannen over, om uiteindelijk samen voort te gaan met de cello als een soort trouwe verkondiger, begeleider of eenzame solist. - CARLOS MICHÁNS