componist

Vlijmen, Jan van

Jan van Vlijmen componeert kamermuziek, opera's, liederen en orkestwerken. Zijn oeuvre is sterk beïnvloed door de seriële muziek van Arnold Schönberg. Ook voelt hij zich aangetrokken tot de weelderige klankpatronen ...

gerelateerde werken

Reconstructie : een moraliteit / door Louis Andriessen, Hugo Claus, Reinbert de Leeuw, Misja Mengelberg, Harry Mulisch, Peter Schat en Jan van Vlijmen

Genre: Opera, muziektheater
Subgenre: Muziektheater
Bezetting: soloists 3GK4 rec 0340 3sax 0331 2g el.cemb cembalet clavinet pianet 5el.org 2pf 4vla 5vc cb electronics

3e quatuor à cordes : = 3d stringquartet, = 3e strijkkwartet, (1946-'47) / Oscar van Hemel

Genre: Kamermuziek
Subgenre: Strijkkwartet (2 violen, altviool, cello)
Bezetting: 2vl vla vc

Quartetto di strumenti ad arco no. VI : 1961 / Oscar van Hemel

Genre: Kamermuziek
Subgenre: Strijkkwartet (2 violen, altviool, cello)
Bezetting: 2vl vla vc

Dolly Parton (from "The Girls Collection") : for string quartet / Chiel Meijering

Genre: Kamermuziek
Subgenre: Strijkkwartet (2 violen, altviool, cello)
Bezetting: 2vl vla vc

 

compositie

Trimurti : trittico per quartetto d'archi, (1980) / Jan van Vlijmen

Uitgever: Amsterdam: Donemus, 1983
Uitgavenummer: 01247
Genre: Kamermuziek
Subgenre: Strijkkwartet (2 violen, altviool, cello)
Bezetting: 2vl vla vc
Bijzonderheden: Versie 1981. - In opdracht van het Ministerie van CRM. - Cop. 1981. (Première: 8 juni 1981 - Gaudeamuskwartet (Holland Festival).
Tijdsduur: 25'00"
Aantal spelers: 4
Status: nog niet gedigitaliseerd (verwachte levertijd 14 dagen)

Toelichting:
Trimurti duidt op de zogenaamde Indische drie-eenheid, bestaande uit de belangrijkste drie goden van het Hindoeïstische Pantheon. In sommige publicaties echter - en in deze zin moet de titel van dit strijkkwartet worden gezien - symboliseert de Trimurti de drie grote beginselen, Sattva, Rajas en Tamas, die volgens de Samkhya filosofie alle grootheden in de natuur en het leven bepalen. Sattva (ondertitel van het eerste deel) betekent licht, verlichtende kennis, lichtheid. In muzikaal-technisch opzicht wordt in dit deel teruggegrepen op een techniek die ook in het recente orkestwerk Quaterni werd toegepast: het gebruik van de twee basiselementen uit de klassieke compositietechniek, melodie en harmonie. Daarbij moet worden opgemerkt dat ook hier, net als bij Quaterni, geen sprake is van een orthodoxe toepassing van deze techniek. Ten aanzien van het melodische principe kan in dit geval beter gesproken worden van een cantus firmus-techniek, de cantus firmus in de betekenis van een gegeven
stem, een rode draad welke zich door het gehele toonhoogte-spectrum voortbeweegt. De leidende en herkenbare melodische lijn van Quaterni heeft hier plaatsgemaakt voor een lijn waaraan een meer structurele betekenis moet worden toegekend. Het harmonische gegeven dat bestaat uit akkoordformaties van minimaal vier en maximaal acht verschillende tonen, ontwikkelt zich - anders dan bij Quaterni - tot een meer horizontale of zo men wil polyfone uitwerking of interpretatie van het verticale organisatieprincipe, hetgeen, mede gezien de aard van de bezetting waarvoor dit stuk is geschreven, ook wel voor de hand lag. Rajas (ondertitel van het tweede deel), volgend op een korte episode die het eerste aan het tweede deel bindt, betekent energie, activiteit, expansiviteit. Dit begrip uit zich in de natuur als kracht en beweging; in de levende wezens verwekt het hartstocht, streven, inspanning.... Muzikaal gezien is het tweede deel het zwaartepunt van het werk: een langdurige krachtsinspanning
gedragen door een zeer snelle beweging, waarbij in tegenstelling tot het eerste deel, de zelfstandigheid van vier stemmen, ook compositorisch-technisch gezien, zich veel sterker manifesteert. Het is een ware uitputtingsslag die hoge eisen stelt aan de concentratie en het uithoudingsvermogen van de musici. De verbinding tussen het tweede en derde deel wordt tot stand gebracht door het inlassen van een tweede episode welke uitsluitend voor viool is geschreven.
De ondertitel van het derde deel, Tamas, betekent duisternis, zwaarte, en uit zich in de natuur als starheid, belemmering; bij de mens als apathie, vrees, traagheid, enz. Ook in muzikaal opzicht is er sprake van traagheid en verstening, dit in scherp contrast met het tweede deel. Compositorisch gezien is dit vertaald in een op het eerste gezicht zeer eenvoudig lijkende structuur: een in stijgende lijn bewegend harmonisch veld, waar bij de vierstemmigheid van het begin zich gaandeweg via vijf-, zes- en zevenstemmigheid een weg baant naar de achtstemmigheid van het slot, en wel in de hoogste regionen van de vier strijkinstrumenten. - JAN VAN VLIJMEN

Interesse
Heeft u interesse om dit werk aan te schaffen? Laat ons dit dan vrijblijvend weten zodat we dit werken met voorrang kunnen digitaliseren.
Naam
E-mail