gerelateerde werken
Phases : for four soundtracks and orchestra / visualized by Tolis Panagopoulos, Ton Bruynèl
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest; Orkest met multimedia
Bezetting:
2332 4331 timp perc pf str tape
Twee postludia : voor orgel / Jean Franssen
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Orgel
Bezetting:
org
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Orgel; Hobo en toetsinstrument; Gemengd ensemble (2-12 spelers); Houtblazersensemble en toetsinstrument; Blaas en strijk en toetsinstrument(en); Fluit en toetsinstrument; Fluit en toetsinstrument
Bezetting:
org / ob org / org vl vla / fl 2ob org / ob org vl / fl-a org / 2fl org
Dreamtime : No rhyme no reason, part 3, for viola, guitar trio and tape, 1987 / Chiel Meijering
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Gemengd ensemble (2-12 spelers); Elektronica met verschillende instrumenten; Gemengd ensemble (2-12 spelers) met multimedia
Bezetting:
3g vla tape
compositie
Arc : for organ and four electronic sound-tracks, (1966) / Ton Bruynèl
Overige auteurs:
Bruynèl, Ton
(Componist)
Toelichting:
Program note (Dutch): In Arc is het elektronische klankmateriaal als volgt geconstrueerd: witte ruis wordt meegedeeld aan een snaar. Deze metalen snaar antwoordt door resonantie en geeft wat zij aan overeenkomstig materiaal voorhanden heeft terug. Het verkregen materiaal wordt vervolgens doorgezonden naar een produktmodulator waar een generatortoon wordt bijgevoegd. Door dit proces komen som- en verschiltonen vrij die na filtering worden geregistreerd op magnetofoonband.
Het elektronische deel van Arc klinkt over vier luidsprekergroepen in een ruimte (kerk) waar het orgel wordt bespeeld. De band dient in overeenstemming met de sterkte van het orgel ten gehore worden gebracht.
De organist kan via een partituur de elektronische klanken volgen; hij speelt zijn partij bijgestaan door registranten.
Voor concertgebruik in een ruimte zonder orgel is een combinatieband samengesteld; een orgelopname van Huub ten Hacken aan het orgel van de Nicolaïkerk te Utrecht is opgeteld bij de elektronische viersporenband.
De titel Arc (boog) heeft betrekking op de compositietechniek die gebaseerd is op uitzetting en inkrimping van klankvormen en structuren. Het zijn vooral de continuklanken, sober van beweging, die in tijd ademen en de ruimte dramatiseren. De elektronische klanken versmelten zich met die van het orgel of komen eruit voort.
Het elektronische deel werd gerealiseerd in de privé-studio van de componist. - TON BRUYNÈL