gerelateerde werken
Concert : voor harp en klein symphonieorkest / Henk Badings
Genre:
Orkest
Subgenre:
Harp en orkest
Bezetting:
2fl 2ob cl cl-b 2fg 4h 2trp 2trb timp 2perc cel str hp-solo
PS [passé simple] : for piano solo and optional instrumental ensemble / Dmitri Kourliandski
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Gemengd ensemble (2-12 spelers)
Bezetting:
pf
Concierto de sablé : for 8 guitars and percussion / Dick Visser
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Gemengd ensemble (2-12 spelers)
Bezetting:
2perc 8g
A Memorable Fancy : for flute, oboe, clarinet, horn and bassoon / Christos Anastassiou
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Gemengd ensemble (2-12 spelers)
Bezetting:
fl ob cl bsn h
compositie
Trio no. X : for alto flute, viola and harp, 1977 / Henk Badings
Auteur(s):
Badings, Henk
(Componist)
Bevat:
Lento
Presto
Grave
Toelichting:
Program note (Dutch): Er zijn drie delen: langzaam, zeer snel, zeer langzaam. In het eerste deel (Lento) verschijnen vage klanken en klankfiguren, die geleidelijk meer gestalte aannemen en beweeglijker worden. Dan treedt in de harp en later in dubbelgrepen van de altviool een cirkelende, breed arpeggierende akkoordenreeks op als basis voor de inmiddels nerveus-beweeglijke toonfiguren, die voornamelijk door de fluit worden gespeeld. Dit leidt naar een dynamisch hoogtepunt, waarmee het deel sluit. Het tweede deel (Presto) heeft een passacaglia-achtig herhaalde bas, die geleidelijk verandert. Men kan een aantal vrije variaties onderscheiden, die echter niet coïncideren met de grondbas. Karakteristiek is het additieve ritme, gebaseerd op reeksen van Fibonacci. Het derde deel (Grave) is een passacaglia. Het thema verschijnt in vol gegrepen akkoorden van de harp. Daartegen brengt eerst de altviool een ritmisch sterk vertakte arioso tegenstem, die later in de fluit canonisch beantwoord wordt. Het deel klinkt
uit in een verstillende Coda. In dit trio worden tal van nieuwe speelmanieren toegepast, zo bijvoorbeeld in de fluit: multifone en percussieve klanken, ingezoemde tonen en micro-intervallen; in de altviool een scordatura, die een uitbreiding in de laagte biedt en nieuwe dubbelgrepen mogelijk maakt, maar vooral het timbre wijzigt; in de harp: de gongslag, het golvend glissando, het spel met de stemvork, het fluitende glissando, het trommeleffect, enz. - HENK BADINGS