gerelateerde werken
Variaties op een Uilenspiegelthema / door 11 Nederlandse componisten
Genre:
Orkest
Subgenre:
Viool en orkest
Bezetting:
3222 4330 timp perc (hp ad lib.) str 2vl-solo
Hommage aan Dmitri Sjostakowitsj : opus 4, voor orkest, 1978, revisie 1990 / Ed de Boer
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
3220 3331 2perc hp pf str
Moondrops : for orchestra, 2006 / Chiel Meijering
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
pic 2fl 3ob 3cl fg 4h 4trp 3trb tb timp 2perc drums pf str
La 'illaha illa' llahu : for orchestra / Theo Smit Sibinga
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
orchestra
compositie
Symphonie concertante : voor orkest, 1962 / door Hendrik Andriessen
Auteur(s):
Andriessen, Hendrik
(Componist)
Bevat:
Andante-Allegro
Thema con variazioni
Andante-Allegro energico
Toelichting:
Program note (Dutch): (Première: 29-11-1963 - Haarlem - Noordhollands Philharmonisch Orkest o.l.v. Henri Arends). Het werk bestaat uit drie delen en dankt zijn naam aan de stijl, welke voor een groot deel de instrumenten groepsgewijs laat afwisselen. Dit zal de hoorder het duidelijkst zijn bij het volgen van het tweede deel; nochtans zijn de finale en ook het eerste deel - zij het in mindere mate - volgens deze stijl geïnstrumenteerd. Na een inleiding in Tempo Andante exposeert de fluit het hoofdthema van het eerste deel. Van hieruit ontwikkelt zich meteen de doorwerking, waarin ook de nieuwe motieven optreden. Dit doorwerken bepaalt de symfonische structuur van het geheel. Het tweede deel is een thema met variaties. Het thema is een melodie uit Valerius' Gedenckclanck. De componist van de symfonie zette deze melodie voor hobo met begeleiding van twee klarinetten en een fagot en maakte er acht korte variaties op; elk in een oude dansvorm. Achtereenvolgens in kleine bezettingen: Gavotte, Sarabande,
Bourrée, Pavane, Aria, Menuetto, Passepied en Polonaise. De inleiding van het derde deel herinnert aan het begin van het eerste. Na zes maten begint het strijkorkest met het hoofdthema: allegro energico. Dit derde deel ontwikkelt zich weer als doorwerking tot het einde. Bij het melodische materiaal hoort men ook de thematiek van de voorafgaande delen. Oppervlakkig beschouwd schijnt het tweede deel als 'oude stijl' tussen de andere stukken te staan. In werkelijkheid is er in de symfonie een muzikale eenheid van karakter in alle delen, zoals men door alle leeftijden toch hetzelfde wezen blijft. Herinneringen en overwegingen behoren bij elkaar. - HENDRIK ANDRIESSEN