gerelateerde werken
2o quartetto per archi : "Sovraposizioni I", 1962 / Kees van Baaren
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Strijkkwartet (2 violen, altviool, cello)
Bezetting:
2vl vla vc
Symphony Nº 10 / Jo van den Booren
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
pic 2fl 2ob eh 2cl cl-b 2fg fg-c 4h 3trp 3trb tb timp str
Two (or Three) Icons : for orchestra / Klas Torstensson
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
picc 2fl 2ob eh 2cl cl-b cl-cb 2fg cfg 4h 3tpt 3trb 2tb-cb 4perc timp synth hp str
Symphonische danssuite / Jan Pouwels
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2222 3230 timp perc hp str
compositie
Musica per orchestra : 1965-'66 / Kees van Baaren
Overige auteurs:
Baaren, Kees van
(Componist)
Bevat:
Lento non troppo, doppio movimento
Sostenuto
Vivo
Toelichting:
Program note (Dutch): (Première: 18-5-1966 - Rotterdam - Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Franz-Paul Decker) - Het werk bestaat uit drie delen die door korte 'Generalpausen' van elkaar gescheiden zijn. Evenals in zes eerder geschreven stukken (Muzikaal zelfportret, Variazioni per orchestra, 2° Quartetto per archi, Quintetto a fiati, Concerto per pianoforte e orchestra en Musica per campane) is bij het componeren uitgegaan van een twaalftoonreeks die alle intervallen binnen de afstand van het octaaf bevat en die identiek is met zijn eigen kreeftgang. (Met deze 'zevende' acht de componist de voorraad van voor hem bruikbare reeksen van deze speciale soort uitgeput). Het werk kenmerkt zich verder door een voortgezet streven naar vervolmaking van bepaalde, zich nog in een vroeg stadium van ontwikkeling bevindende aspecten van de seriële techniek, het aftasten (in deel 2) van nieuwe mogelijkheden voor een autonoom-melodische schrijfwijze, het naast elkaar plaatsen (in deel 3) van een aantal structuren
van zeer uiteenlopende aard, zonder gebruik te maken van een secundaire - dus bijvoorbeeld inleidende of verbindende - vormelementen, met de bedoeling om aan te tonen dat uit deze werkwijze zeer goed een gesloten vorm kan resulteren. In dit derde deel zijn het de volgende structuren: het eigenlijke 'vivo', een ritmisch levendig stuk met het variabele metrum 2/8--3/4-3/16--5/4-5/16--3/8--7/4-7/16--4/8--9/4; een fragment met een Latijns-Amerikaans dansritme dat per maat een halve tel achter loopt; twee zeer korte citaat-collages; een gevarieerde terugkeer van elementen uit deel 2; twee citaten uit eigen werk, het muzikaal zelfportret. Merkwaardigerwijze geven juist de twee citaat-collages, waarin binnen luttele seconden Wagner (3 keer), Johann Strauss (2 keer), Pijper (2 keer), Mendelssohn, von Suppé, Beethoven, Moussorgsky en Stravinsky om de hoek komen kijken, door hun tonale bindingen suggesties van dreigend deraillement. - KEES VAN BAAREN