gerelateerde werken
Dubbelconcert in Re : for violin, violoncello and orchestra, opus 110, 1998 / Jo van den Booren
Genre:
Orkest
Subgenre:
Twee of meer verschillende solo-instrumenten en orkest
Bezetting:
3333 2231 perc str vl-vc-solo
Thalía : for orchestra, (1987), revision 1988 / Maarten Bon
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
3333 4331 str
Sine Nomine : for three instrumental choirs / Daniel Manneke
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2221 2210 str
Sinfonia giocosa : voor orkest / Lex van Delden
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2222 2110 timp perc str
compositie
Passage : opus 65, for orchestra, 1987 / Jo van den Booren
Auteur(s):
Booren, Jo van den
(Componist)
Toelichting:
Program note (Dutch): (Première: 17-3-1988 - Het Brabants Orkest). 'Passage' ontstond in de zomer van 1987 tijdens een vakantie in Zwitserland en Oostenrijk. Veel bergwandelingen zouden onbewust kunnen hebben bijgedragen tot deze compositie, die de eerste vormt uit een cyclus van drie stukken, waarvan inmiddels ook het derde voltooid is: 'Rocailleux' ('rotsig'). Het woord 'passage', gebruikt in de betekenis van 'doorgang', verwijst tevens naar het begrip 'passacaglia'.
Van groot belang is de vrijwel voortdurend aanwezige baslijn, waarboven zich variërende melodische lijnen bewegen. Wat het notenmateriaal betreft zijn deze gebaseerd op: a) toonladders (modi), b) reeksen van 8 tot 10 tonen gebaseerd op deze toonladders, c) vrije tonen. Er zijn twee uitgangspunten: A) De melodische lijnen zijn gebonden aan vaste ritmische modellen, terwijl de tonen kunnen variëren. B)Het omgekeerde van A. Deze formules A en B treden na elkaar op, maar ook tegelijkertijd. In mijn vroegere werk benutte ik vaak twaalftoons- en reeksentechnieken. In 'Passage' , een logisch vervolg op mijn twee symfonieën en 'La Passion de Jeanne d'Arc' , streef ik meer naar de herwaardering van consonantie. De instrumentatie is incidenteel zodanig dat een instrument, of twee gelijke instrumenten, een solistische rol spelen. Bij voorbeeld twee klarinetten met het orkest als decor. Het tempo is overwegend 'gaand', andante, wat inherent is aan een passacaglia. De maatsoorten zijn zeer
wisselend en veelal oneven. - JO VAN DEN BOOREN