gerelateerde werken
24 capriccio's voor viool solo
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Viool
Bezetting:
vl
Capriccio et choral : voor symfonieorkest, 1992 / Piet Kingma
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
3222 2220 timp 2perc str
Unison : for orchestra, 1994/95 / Tera de Marez Oyens
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
fl fl(pic) ob ob(eh) 2cl cl-b 2fg 4h 3trp 3trb tb timp 3perc hp str(14.12.10.8.6.)
Arethuza : symphonische mythe naar Louis Couperus, (1947) / Alexander Voormolen
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
3333 4431 timp perc cel 1-2hp org str
compositie
Concert-ouverture : op. 56, 1955 / Marius Flothuis
Auteur(s):
Flothuis, Marius
(Componist)
Toelichting:
Program note (Dutch): Deze Concert-ouverture schreef ik op instigatie van de dirigent van het Limburgs Symfonie Orkest, André Rieu, die er op 14 januari 1956 de eerste uitvoering van gaf.
In verband met de bestemming is in de orkestbezetting rekening gehouden met de omvang van een 'provinciaal' orkest. Zij omvat twee fluiten en piccolo, twee hobo's (waarvan één ook althobo), twee klarinetten, basklarinet, altsaxofoon, twee fagotten, vier hoorns, drie trompetten, drie trombones, tuba, harp, pauken, slagwerk en strijkorkest.
De ouverture begint met een korte langzame inleiding, waarin het hoofdthema van het daarop volgende Allegro als aarzelend wordt aangeduid. Dit thema is nerveus-bewogen en in sterk contrast hiermee staat het door de hobo ingezette tweede thema. De expositie van deze thema's leidt als vanzelf tot een soort doorwerking die op het hoogtepunt afbreekt en gevolgd wordt door een zeer langzaam intermezzo. Het karakter van dit intermezzo wordt bepaald door een donker gekleurde saxofoonsolo van declamatorisch karakter, die door de klarinet wordt voortgezet. Na dit intermezzo wordt de doorwerking van de eerder gehoorde hoofdthema's hervat; het tweede thema keert hier in een geheel nieuwe gedaante terug. Opnieuw wordt een hoogtepunt bereikt, in het daarop volgende Lento wordt een variant van de saxofoonmelodie (nu door saxofoon en hobo's in octaven gespeeld) gecombineerd met motieven die aan het Allegro ontleend zijn. Aldus zijn de ogenschijnlijk tegenstrijdige elementen met elkaar in harmonie
gebracht en deze harmonie wordt door een korte coda in het snelle hoofdtempo bekrachtigd. - MARIUS FLOTHUIS