gerelateerde werken
Deux personnages : pour marimba et vibraphone, 1985 / révision 2008 / Will Eisma
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Slagwerk
Bezetting:
mar(vibr)
Levenszomer : phantasie voor orkest, opus 21, 1903 / Johan Wagenaar
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
3fl 2ob 2cl cl-b 2fg 4h 3trp 3trb timp hp str
Helix : for orchestra / Edward Top
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2fl 2ob 2cl 2fg 4h 2tpt 3trb tb timp 2perc hp pf str
Cette agitation perpétuelle, cette turbulence sans but : for orchestra / Jan van de Putte
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
fl/picc/fl-a ob/eh cl/clb/cl-cb sax/tubax h tpt trb 2perc g-elec hp org acc str
compositie
Terzo concerto : per orchestra / Will Eisma
Overige auteurs:
Eisma, Will
(Componist)
Bevat:
Allegro furioso
Adagio
Allegro moderato
Toelichting:
Program note (Dutch): Dit werk werd gecomponeerd in het voorjaar van 1960 te Rome. Het is opgedragen aan mijn leermeester Goffredo Petrassi en is geschreven voor een uitgebreide symfonische bezetting. In het laatste deel is tevens van een cembalo gebruik gemaakt. De bouwsteen van het eerste deel is een structuur van zes tonen. Elke groep van drie tonen is opgebouwd uit een reine kwart en een kleine secunde. Deze structuur is een onderdeel van de twaalftoonsrij, die aan het gehele werk ten grondslag ligt. In de vorm kan men verschillende korte perioden opmerken: een inleidend gedeelte A van 16 maten dat onmiddellijk gevarieerd wordt, een periode B van elkaar overlappende crescendi (maten 37 t/m 43), een periode C waarin drie groepen - hout, koper en strijkers - tegenover elkaar geplaatst worden (44 t/m 56), een overgangsperiode D waarin het klarinetmotief van de derde maat wordt uitgewerkt (69 t/m 77) en ten slotte enkele van de voorgaande gedeelten die gevarieerd worden. Het geheel ziet er dan aldus
uit: A A B C D A B C en een Coda. In het tweede deel zijn drie perioden te onderscheiden (de eerste tot maat 21, de tweede tot maat 36 en de derde van maat 37 tot het slot), waarvan de derde periode de kreeft is van de eerste. Het karakter van dit deel is veel lyrischer en rustiger dan dat van het eerste deel. Het laatste deel begint met een inleiding, waarin aan het cembalo, de harp en het slagwerk een belangrijke rol toebedeeld zijn. Hierop volgt een allegro, dat in de vorm van een chaconne geschreven is, namelijk een thema van tien maten met acht variaties en een coda. - WILL EISMA