gerelateerde werken
Gezang XXIII : for violin and percussion / Will Eisma
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Gemengd ensemble (2-12 spelers)
Bezetting:
perc vl
Keep going : for 20 wind instruments, violin, cello and double-bass / Hans Kornac
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2243 sax 4220 vl vc cb
Introductie, chaconne en finale : voor symfonie-orkest, opus 174, 1976/78 / Herman Mulder
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
3333 4331 perc str
Variaties voor orkest : opus 68 / Louis Toebosch
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2322 2220 timp perc str
compositie
Terzo concerto : per orchestra / Will Eisma
Auteur(s):
Eisma, Will
(Componist)
Bevat:
Allegro furioso
Adagio
Allegro moderato
Toelichting:
Program note (Dutch): Dit werk werd gecomponeerd in het voorjaar van 1960 te Rome. Het is opgedragen aan mijn leermeester Goffredo Petrassi en is geschreven voor een uitgebreide symfonische bezetting. In het laatste deel is tevens van een cembalo gebruik gemaakt. De bouwsteen van het eerste deel is een structuur van zes tonen. Elke groep van drie tonen is opgebouwd uit een reine kwart en een kleine secunde. Deze structuur is een onderdeel van de twaalftoonsrij, die aan het gehele werk ten grondslag ligt. In de vorm kan men verschillende korte perioden opmerken: een inleidend gedeelte A van 16 maten dat onmiddellijk gevarieerd wordt, een periode B van elkaar overlappende crescendi (maten 37 t/m 43), een periode C waarin drie groepen - hout, koper en strijkers - tegenover elkaar geplaatst worden (44 t/m 56), een overgangsperiode D waarin het klarinetmotief van de derde maat wordt uitgewerkt (69 t/m 77) en ten slotte enkele van de voorgaande gedeelten die gevarieerd worden. Het geheel ziet er dan aldus
uit: A A B C D A B C en een Coda. In het tweede deel zijn drie perioden te onderscheiden (de eerste tot maat 21, de tweede tot maat 36 en de derde van maat 37 tot het slot), waarvan de derde periode de kreeft is van de eerste. Het karakter van dit deel is veel lyrischer en rustiger dan dat van het eerste deel. Het laatste deel begint met een inleiding, waarin aan het cembalo, de harp en het slagwerk een belangrijke rol toebedeeld zijn. Hierop volgt een allegro, dat in de vorm van een chaconne geschreven is, namelijk een thema van tien maten met acht variaties en een coda. - WILL EISMA