gerelateerde werken
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Variabele instrumentatie; Elektronica met verschillende instrumenten; Fluit met multimedia; Variabele instrumentatie met multimedia
Bezetting:
4fl pic-, fl-, fl-a-solo (or other combinations) tape
Rip off : for symphony orchestra, 2002 / Chiel Meijering
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
3333 4331 2perc el.g-b pf(synth) str
In C : for symphony orchestra / Jan Willem van Dormolen
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2fl(picc) 2ob(eh) 2cl(cl-b) 2fg 4h 3tpt 2trb trb-b hp str
Musique pour l'esprit en deuil : for orchestra, (1943) / Rudolf Escher
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
pic 2fl fl(pic) 3ob eh 4cl cl-b 3fg cfg sax-s(sax-a) 4h 4trp 3trb tb timp 6perc 2hp pf str(16.14.12.10.8-10.)
compositie
Sinfonia - piccola : (1962), per orchestra / Berend Giltay
Auteur(s):
Giltay, Berend
(Componist)
Bevat:
Adagio
Andante (funèbre)
Finale (Presto)
Toelichting:
Program note (Dutch): Dit werk werd gecomponeerd met de bedoeling het te laten spelen door jeugd- of amateur-symfonieorkesten; het heeft zich intussen ook een plaats veroverd op de programma's van beroeps-symfonieorkesten. De orkestbezetting is klein: dubbel bezette houtblazers zonder fagotten, één hoorn, pauken, slagwerk en strijkorkest.
Het eerste deel begint met een langzame inleiding, waarin het eerste thema van het hieropvolgende 'Allegro con spirito' aangeduid wordt. Dit eerste markante thema wordt in het zo even genoemde allegro con spirito door de hoge strijkers en hoorn gespeeld. Het tweede thema heeft een lento-achtig karakter en wordt door de hobo geïnterpreteerd. Na een korte doorwerking volgt de reprise.
In het tweede deel, Andante, wisselt het zacht beginnende strijkorkest af met een hobo/ klarinetsolo en gecombineerde blazersklanken van piccolo, fluit, hobo's en klarinetten.
Het laatste deel, Finale - presto, is een uitbundig stuk muziek. De kenmerkende eigenschappen van dit deel zijn: een steeds terugkerend rondothema, gedragen door motorische zestiende-figuren in de strijkers, afgewisseld door een lichtvoetig walsachtig thema, dat ritmisch door twee klarinetten en fluit wordt begeleid. Als midden- of tussenstuk fungeert een Lento, waarin uit een verstilde strijkersklank een hobosolo opstijgt. Plotseling weerklinken dan weer in forte de motorische zestiende-figuren van de strijkers, gevolgd door een korte doorwerking, waarna als reprise het rondo-wals-rondothema terugkeert, waarmee het werk afsluit. - BEREND GILTAY