gerelateerde werken
Genesis : for male choir, four percussion players and electronic tape, 1967 / Henk Badings
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Mannenkoor en instrumenten; Zangstem(men) en multimedia met of zonder instrument(en)
Bezetting:
MK4 4perc tape
Une musique blanche : pour orchestre, 1980/82 / Simeon ten Holt
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
3333 3sax 3330 6perc hp el.org pf str(12.6.4.4.)
Westerbork memorial symphony : for orchestra, 1992 / Willem Stoppelenburg
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2121 2120 (timp ad lib.) perc hp pf str
Slunovrat : = (The solstice = Zonnewende), for symphony orchestra, 1978 / Daniel Brozak
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
3333 4331 timp 6perc hp str
compositie
Concerto : per orchestra, 1982 / Henk Badings
Overige auteurs:
Badings, Henk
(Componist)
Bevat:
Introduzione
Scherzo presto
Elegia passionata
Quodlibet
Toelichting:
Program note (Dutch): Het Concert voor Orkest van Henk Badings is geschreven in 1982 op instigatie van Ru Sevenhuysen en bestemd voor de viering van 25-jarig bestaan van het Regionaal Jeugdorkest. De vaardigheden van dit orkest zijn van die aard, dat de componist zich nauwelijks technische beperkingen behoefde op te leggen. Er zijn vier delen. Deel I is een inleiding. Uit een aleatorisch mengsel van beweeglijke strijkers-motieven klinken bas-contouren en houtblazers-harmonieën op, die zich ontwikkelen tot een ritmisch markante midden-episode. Deze verdwijnt met kruisdovende klanken in het aleatorisch mengsel van motieven, dat dan vervluchtigt. Deel II is een Scherzo Presto. Tegen een ostinato-ritme verschijnt een capricieus thema, dat zich ontwikkelt als een tegenfuga. Later verschijnen vergrotingen, die als een cantus firmus klinken. Ook dit deel vervluchtigt aan het einde en wel in zogenaamde Fawcett-flageoletten. Deel III: Elegia passionata is het langzame hoofddeel. Een breedgezongen elegische
melodie wordt door alle strijkers gebracht, voornamelijk door hoorns begeleid. De melodie wordt geleidelijk beweeglijker en leidt naar een dynamisch hoogtepunt, waar in het tumult hoorns en tuba, later ook trompetten en trombones, als exclamaties op de voorgrond komen. Dan keert de stemming van de aanvang terug. Deel IV: De Finale is een Quodlibet. Allerlei thema's en ritmische figuren verschijnen afwisselend tegen en door elkaar, een polyritmische, vaak ook een latent polymetrische structuur vormend.
Ondanks al deze complicaties heeft de finale een speels karakter. - HENK BADINGS