gerelateerde werken
Midare : for marimba, (1972) / Ton de Leeuw
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Slagwerk
Bezetting:
mar
Motet : voor renaissance instrumenten, 1975 / Daniël Manneke
Genre:
Orkest
Subgenre:
Groot ensemble (12 of meer spelers)
Bezetting:
2rec-s 2rec-a 2rec-t rec-b 3cromorn cromorn/dulcian ranket/trb/cornett/dulcian lute bassgamba
Concerto Grosso : for wind quartet and ensemble / Jan-Peter de Graaff
Genre:
Orkest
Subgenre:
Groot ensemble (12 of meer spelers)
Bezetting:
sax-s sax-a trb trb-b fl eh/ob cl cl-b sax-bar fg h tpt timp 2perc hp cemb 2vln vla vc db
Pastorale : blazers, slagwerk, piano en basgitaar, 1976 / Daniel Brozák
Genre:
Orkest
Subgenre:
Groot ensemble (12 of meer spelers)
Bezetting:
2111 0210 2perc g-b pf
compositie
Spatial music IV : homage to Igor Strawinsky, for twelve players / Ton de Leeuw
Auteur(s):
Leeuw, Ton de
(Componist)
Toelichting:
Program note (Dutch): Spatial Music IV - Hommage aan Igor Strawinsky - valt in de serie van gelijknamige werken (Spatial Music I-III) waarin de ruimtelijke opstelling der musici een wezenlijke rol is gaan spelen in het verloop van de muziek. De musici nemen drie basisopstellingen in.
Deze opstellingen, en de verplaatsingen daartussen, gaan gepaard met evenzoveel verschillende muzikale geaardheden. Om slechts de twee uitersten aan te geven: bij de grootste ruimtelijke spreiding is er sprake van een samenspel van geheel onafhankelijke partijen. De spelers zijn als het ware geïsoleerd van elkaar, en slechts verbonden door dezelfde aangegeven tijdslimieten.
Het andere uiterste brengt een 'inkrimping' van alle musici om de vleugel heen - de klassieke opstelling dus - en dit is het moment waarop een Strawinsky-koraal wordt gereciteerd; een muziek dus, waarin alle stemmen op klassieke wijze nauw op elkaar zijn betrokken.
Er zijn twaalf spelers; een gedeelte daarvan met een keuzemogelijkheid uit verschillende instrumenten. Evenals in Spatial Music I is er sprake, niet van improvisatie, maar van geleide interpretatie: de notentekst is het geraamte waarop en waar omheen de speler binnen nauwkeurig aangegeven grenzen versieringen, kleuren en dynamische schakeringen kan aanbrengen. Hij moet daarbij zorgvuldig zijn instrumentale mogelijkheden afwegen. De vrijheid en autonomie die hij daardoor kan krijgen, is zeer wel vergelijkbaar met die, welke nog heden in de grote Aziatische muziekculturen in gebruik is. - TON DE LEEUW