gerelateerde werken
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
pic 2fl 2ob eh 2cl cl(cl-b) sax-a 2fg cfg 4h 4trp tb timp 3perc hp pf(cel) str
Samen sterk : voor basklarinet en ensemble / Roderik de Man
Genre:
Orkest
Subgenre:
Klarinet en groot ensemble
Bezetting:
2fl(pic) cl 2sax 2h trp 2trb tb perc g g-b pf cl-b-solo
Concerto for three clarinets and chamber ensemble : 2005 / Guus Janssen
Genre:
Orkest
Subgenre:
Klarinet en groot ensemble
Bezetting:
1121 1110 2perc 2vl vla vc cb cl-solo
Symphony 5 : "Time-spirit", for clarinet and orchestra / Jurriaan Andriessen
Genre:
Orkest
Subgenre:
Klarinet en groot ensemble
Bezetting:
2222 4031 2perc hp pf 2vl 2vla 2vc 2cb pop group: drumset g-b ham.org cl-solo
compositie
Incantations : for bass clarinet solo and orchestra, (1975) / Theo Loevendie
Overige auteurs:
Loevendie, Theo
(Componist)
Toelichting:
Program note (Dutch): (Première: 25-10-1975 - Den Haag - Harry Sparnaay met het Concertgebouworkest o.l.v. Diego Masson). Incantations is een eendelig werk, maar kan in drieën worden verdeeld; men kan het beschouwen als een studie over ostinato.
Het eerste deel bestaat uit een soort stijgende spiraal in het solo-instrument, dat wil zeggen een steeds veranderend ostinato waarin elementen opduiken en weer verdwijnen, aangezien dit soms gelijktijdig gebeurt heeft de solist de moeilijke taak soms tegelijk een crescendo en een decrescendo te suggereren. Het orkest omvat in dit deel de solist als een sluitend pak. De strijkers, die nog het meest onafhankelijk zijn, geven een soort energielaag, een voortdurende beweging, waarvan het steeds, stijgend, in omvang toenemende register bepaald wordt door de solist. De overige instrumenten verdubbelen in een soort heterofonie de solopartij.
Het tweede deel is een cadens van de solist, oorspronkelijk pianissimo begeleid door een 4-stemmig flageolet-accoord in de celli, dat na interrupties van het koper verdwijnt, waardoor de solist alleen overblijft. De koper-interrupties, con tutta la forza, in dynamiek tegengesteld aan het accoord van de celli, zijn er tegelijkertijd een uitbreiding van; de reeds sluimerende tonica Bes groot komt in het koper nog duidelijker naar voren. De koper-interrupties zijn in een vrije 5-stemmige canontechniek geschreven, waardoor het totaal-resultaat ook weer als ostinati hoorbaar is.
In het derde deel is de relatie solist-orkest losser dan in het eerste, ook vertoont dit deel een dalende lijn in tegenstelling tot de stijgende van het eerste deel. Na een verwijzing naar de koperpassage uit het tweede deel wordt de complexiteit van het orkestaandeel geleidelijk minder, tot er aan het slot, na weer een echo van de koperpassage uit het tweede deel nog slechts een steeds meer uitdrogend ostinato overblijft. Het stuk eindigt zoals het begon: met de lage tonen van de piano. Het werk is gebouwd op de grote terts-interval, met aankoekingen van chromatiek, bijvoorbeeld c-e wordt b-c-e-f of c-e-f-fis. - THEO LOEVENDIE