gerelateerde werken
Concert : voor harp en klein symphonieorkest / Henk Badings
Genre:
Orkest
Subgenre:
Harp en orkest
Bezetting:
2fl 2ob cl cl-b 2fg 4h 2trp 2trb timp 2perc cel str hp-solo
Fingers : for tenor saxophone and orchestra, 1991 / Geert van Keulen
Genre:
Orkest
Subgenre:
Saxofoon en orkest
Bezetting:
2222 2210 2perc pf str sax-t-solo
Concerto : for saxophone and orchestra / Carlos Micháns
Genre:
Orkest
Subgenre:
Saxofoon en orkest
Bezetting:
2fl fl(pic) 3ob 3cl 3fg 4h 3trp 3 trb timp 3perc pf hp str sax-s/sax-a-solo
Concertino : voor altsaxofoon en kamerorkest / Jan van Dijk
Genre:
Orkest
Subgenre:
Saxofoon en orkest
Bezetting:
2222 2200 timp perc str sax-a-solo
compositie
Quadrupelconcert : versie voor 4 saxofoons en symfonieorkest, 1984 / Henk Badings
Auteur(s):
Badings, Henk
(Componist)
Bevat:
Introduzione e allegro
Lento
Finale (Vivace)
Toelichting:
Er zijn drie delen. Het eerste deel bestaat uit een langzame inleiding en een snel hoofddeel. De inleiding heeft een ritmisch rijkgeschakeerd hoofdthema, dat als dubbelcanon in de soli verschijnt. De eerste themagroep van het Allegro is gebouwd op syncopisch-hamerende ritmen. De tweede themagroep heeft lyrische melismen in de soli. Deze keren daarna terug op motieven uit de inleiding en bereiden daarmee een gewijzigde reprise van de eerste themagroep hoofdzakelijk in het orkesttutti. Het langzame tweede deel is lyrisch-elegisch van stemming met thematische en ritmische verwantschappen tot het eerste deel. Het zwaartepunt ligt in het polymelodisch weefsel van lyrische lijnen in de vier soli. Orkesttutti in het midden leiden aleatorische combinaties in. Een epiloog keert terug tot de aanvangsstemming. Het derde deel is een speelse finale in een 10/8 maat (6 + 4). Het hoofdthema verschijnt na een inleiding in het slagwerk in de SS, daarna in een uitvoerige SB-solo en in de vier soli
tezamen. Er volgen solo-cadensen van van ST, SA en SS. In een bitonale variant van het hoofdthema zijn tal van herinneringen aan de syncopische ritmen uit deel I. Nadat de soli teruggegrepen hebben op een variant van het tweede thema uit deel I, volgt een dramatisch coda. De syncoperende ritmen zwellen in het orkest aan tot brutale massieve blokken, waaruit de soli echter telkens weer tevoorschijn komen in stijgende trillers en die ten slotte de finale beëindigen met een schertsende figuur. - HENK BADINGS