gerelateerde werken
Pentathlon : pour 5 altos et deux groupes de 10 instruments, 1982 / Will Eisma
Genre:
Orkest
Subgenre:
Altviool en groot ensemble
Bezetting:
1221 2110 mar hp 3vl 3vc 2cb 5vla-solo
Secret Notes : Violin Concerto no. 2, for violin and orchestra / Marijn Simons
Genre:
Orkest
Subgenre:
Viool en orkest
Bezetting:
2fl(pic) 2ob(ca) 2cl(cl-b) 2fg(cfg) 2hn 2trp 2trb 2perc acc vl-solo str
Down town : concerto for violin and orchestra, 1984 / André Douw
Genre:
Orkest
Subgenre:
Viool en orkest
Bezetting:
3332 4221 3perc str vl-solo
Concerto : per violino e orchestra / Daniel Ruyneman
Genre:
Orkest
Subgenre:
Viool en orkest
Bezetting:
3232 4230 timp 2perc str vl-solo
compositie
Concerto : per 2 violini e orchestra / Will Eisma
Auteur(s):
Eisma, Will
(Componist)
Bevat:
Molto moderato
Vivace
Toelichting:
Program note (Dutch): (Première: 27-6-1963 - Utrecht - Jeanne en Bouw Lemkes, Utrechts Stedelijk Orkest o.l.v. Frits Knol). Dit werk was voor mij een drieledig experiment: a. Een onderzoek van het begrip solo-concert in de hedendaagse muziek. Heeft een solo-concert nog zin in een tijd waarin iedere vertolker zodanige problemen krijgt voorgeschoteld, dat men gerust elk orkestlid een solist mag noemen? Komt het wezen van een viool niet in botsing met de aard en techniek van de hedendaagse compositiemethoden? Is er bij het publiek nog belangstelling voor een solo-concert? b. De beheersing van een uitgebreide instrumentale vorm. De seriële schrijfwijze is moeilijk in overeenstemming te brengen met de sonate- en de rondovorm, omdat deze gebaseerd zijn op het ontwikkelen en uitwerken van een motief of een thema. De variatie daarentegen is zeer geschikt voor deze techniek. Ook kan de vorm bepaald worden door getalsverhoudingen, die afgeleid zijn van de aan het werk ten grondslag liggende twaalftoonsrij.
Deze en andere oorzaken hebben ertoe geleid dat de seriële componist is gaan streven naar een meer beknopte wijze van uitdrukken, waardoor vaak werken zijn ontstaan, die zeer geconcentreerd zijn, zoals enkele werken van Anton Webern. Deze geconcentreerde vorm bevredigt echter weinig of niet bij een concert voor een solo-instrument, waarmee de noodzaak dit probleem op te lossen zich voordeed. c. De klankverhouding van de solo-instrumenten tot groot orkest, waarin blaasinstrumenten en slagwerk sterk bezet zijn. In het orkest zijn de violen, fluiten en klarinetten weggelaten. Daarvoor in de plaats zijn twee saxofoons gekomen. De rol van de solisten is niet meer die van het klassieke en romantische concert, de solostemmen zijn vaak verweven met het orkestrale geheel. - WILL EISMA