gerelateerde werken
Quattro madrigali : koperkwartet, 1962 / Jurriaan Andriessen
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Koperensemble (2-12 spelers)
Bezetting:
h 2trp trb
Exchanges : for 4 soloists and large orchestra, 1979/80, revision 1998/99 / Ernst Oosterveld
Genre:
Orkest
Subgenre:
Twee of meer verschillende solo-instrumenten en orkest
Bezetting:
4444 4sax 6441 timp 28vl 12vla 10vc 8cb 2vibr(mar)-2pf-solo
Fantasia concertante : voor fluit en fagot met begeleiding van orkest, (1957) / Henri C. van Praag
Genre:
Orkest
Subgenre:
Twee of meer verschillende solo-instrumenten en orkest
Bezetting:
1221 2000 timp str fl-fg-solo
Divertimento : per flauto, oboe ed orchestra / Lucas van Regteren Altena
Genre:
Orkest
Subgenre:
Twee of meer verschillende solo-instrumenten en orkest
Bezetting:
1122 2210 timp perc hp str fl-ob-solo
compositie
Omaggio a Sweelinck : per 24 strumenti a corda e clavicembalo / Jurriaan Andriessen
Auteur(s):
Andriessen, Jurriaan
(Componist)
Toelichting:
Program note (Dutch): (Première: 20-9-1969 - Amsterdam - Ned. Kamerorkest o.l.v. David Zinman). Met de titel Omaggio a Sweelinck heb ik uiting willen geven aan mijn grote bewondering voor het werk van Nederlands grootste componist Jan Pieterszoon Sweelinck. Bovendien kan men in de polyfone gedeelten, die op verschillende plaatsen in het werk voorkomen, associatieve momenten vinden met de schrijfwijze van Sweelinck. Overigens is het werk naar de vormgeving gebaseerd op de houtsnede Metamorphose van M.C. Escher. Ik moet hier de nadruk leggen op 'naar de vormgeving', omdat er geen enkele illustratieve associatie tussen de muziek en de houtsnede aanwezig is. Zelf heeft Escher eens in een algemene beschouwing naar aanleiding van zijn Metamorphose gezegd: "... Er zijn minstens 3 soorten van associaties mogelijk. Je zou ze kunnen noemen: gedachtenassociaties, vormassociaties en complementaire associaties. Treffende vormassociaties zijn betrekkelijk schaars, maar complementaire vormassociaties zijn bij massa's
te vinden. Ik heb er dan ook vele uitgebeeld, speciaal in de houtsnedencyclus Metamorphose. Daarbij gaat het niet om de gelijkenis in vorm die twee verschillende voorwerpen met elkaar vertonen, maar om de vorminterpretatie van twee verschillende figuren, waarvan de ene het complement is van de andere en hem aanvult of completeert." Dit tekstfragment van Escher duidt niet alleen op zijn Metamorphose, maar ook op de verhouding van de Omaggio tot Eschers Metamorphose en de vormgeving van de Omaggio op zichzelf. Het spel met gedachten-, vorm- en complementaire associaties inspireerde mij om deze associatieve opbouw op mijn beurt weer door middel van gedachten-, vorm- en complementaire associaties om te zetten in een absoluut-muzikale vormgeving, met voorbijgaan aan zuiver illustratieve overeenkomsten. Beter dan dat ik zou trachten een technische analyse van de Omaggio te geven, kan de toehoorder proberen door scherp te luisteren de associatieve vormgelijkenis tussen beide werken te
ondergaan, waarbij hij overigens de neiging om ook illustratieve overeenkomsten te ontdekken zelf in de kiem zal moeten smoren.Dit zou de zuiver structurele vormgeving van beide werken tekort doen. Een van de meest interessante facetten van Eschers werk is voor mij zijn uiterst geraffineerde spel met de ruimte, zoals wij dat onder andere vinden in zijn litho's Trappenhuis, Boven en onder en Relativiteit. Om de vormgeving en de overgangen tussen de verschillende delen van de Omaggio nog duidelijker te profileren heeft de componist tegenover het strijkorkest een solokwintet gesteld, zodat de specifieke vormgeving ook ruimtelijk en auditief gestalte kan worden gegeven. Als trait d'union tussen de beide strijkersgroepen fungeert het klavecimbel. Daarbij wordt het strijkorkest, bestaande uit 7 eerste violen, 5 tweede violen, 3 altviolen, 3 celli en 1 contrabas, in grote delen van het werk weer onderverdeeld in 19 solopartijen. - JURRIAAN ANDRIESSEN