gerelateerde werken
Symphonic Poem : Suite from the opera Thijl / Jan van Gilse; arranged by Ed Spanjaard
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
3fl/picc 3ob/eh 4cl 2fg cfg 4h 4tpt 3trb tb timp 3perc hp pf str
Solid ashes : for baritone and orchestra, 1988 / text by Janine Brogt, Boudewijn Tarenskeen
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
bar 4444 4431 4perc 2hp pf(cel) str(16.14.12.10.8.)
Vier Lieder vom Gott der Bettler (voice and orchestra) : Voice and orchestra / Ignace Lilien
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
voice orch
Trois chansons des maquisards condamnés : pour baryton ou alto et orchestre / Daniel Ruyneman
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
alt/bar 2332 2220 timp perc hp str
compositie
Drei Gesänge aus Rabindranath Tagore's Gitanjali : für eine Sopranstimme und Orchester / componirt von Jan van Gilse
Auteur(s):
Gothein, Marie Luise
(Tekstdichter/librettist)
Tagore, Rabindranath
(Tekstdichter/librettist)
Gilse, Jan van
(Componist)
Bevat:
Langsam, durchweg sehr zart
Leicht und fliessend
Mässig, feierlich und ruhig
Toelichting:
Program note (Dutch): Deze liederen zijn in een laat-Romatische stijl en munten vooral uit door bijzondere orkestbehandeling. Deel 1 - Ongewoon hier is de orkestratie: in het strijkorkest spelen alleen een klein aantal alten, violoncellen en contrabassen en een kwartet. Het lied is doorgecomponeerd, de begeleidingsfiguren blijven echter in wezen gelijk en geven de nodige eenheid. Deel 2 - Hetzelfde is het geval in het tweede lied. Hierin is het strijkerscorps normaal bezet, zij het in aantal sterk gereduceerd. Deel 3 - Hier ligt het zwaartepunt van de expressie geheel in het rijk bezette orkest; meer dan in de andere liederen is de zangstem hier ondergeschikt gemaakt en nu en dan zelfs bijna instrumentaal behandeld. Jan van Gilse voelde zich sterk aangetrokken tot de beschouwelijke poëzie van de Oosterse dichter Tagore (1861-1941), waarin een zekere mystiek samengaat met menselijke bewogenheid. De twee eerste gedichten zijn tedere impressies uit het kinderleven; het derde is een innig liefdesgedicht.
De liederen vormen geen illustratieve muziek, en de componist heeft geen bewuste poging gedaan om een soort van Oosters-exotisch klankvisioen op te roepen. Willem Andriessen gaf van deze liederencyclus eens de volgende karakteristiek: "Nobel welft zich de sensitieve melodische lijn in de zangstem, gedragen door een orkestratie, die, hoewel ingehouden door 's componisten wijze zelfbeperking, in geen enkel opzicht wordt belemmerd in de weerspiegeling der bewogenheid". - WILLEM PIJPER