gerelateerde werken
3 Gedichte von Richard Dehmel : für eine hohe Singstimme und Klavierbegleitung, 1902 / Jan van Gilse
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en piano
Bezetting:
high pf
Oh oor o hoor : vijf gedichten van Lucebert voor bas-bariton en orkest, 1987 / Theo Loevendie
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
bas-bar 3333 4220 3perc cel hp str
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
alt/bar 2100 1000 str(6.6.4.4.2.)
Amsterdam : voor mezzo-sopraan of bariton en orkest, 1967 / [woorden en muziek] Alexander Voormolen
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
medium 3332 4000 perc cel hp str
compositie
Drei Gesänge aus Rabindranath Tagore's Gitanjali : für eine Sopranstimme und Orchester / componirt von Jan van Gilse
Overige auteurs:
Gothein, Marie Luise
(Tekstdichter/librettist)
Tagore, Rabindranath
(Tekstdichter/librettist)
Gilse, Jan van
(Componist)
Bevat:
Langsam, durchweg sehr zart
Leicht und fliessend
Mässig, feierlich und ruhig
Toelichting:
Program note (Dutch): Deze liederen zijn in een laat-Romatische stijl en munten vooral uit door bijzondere orkestbehandeling. Deel 1 - Ongewoon hier is de orkestratie: in het strijkorkest spelen alleen een klein aantal alten, violoncellen en contrabassen en een kwartet. Het lied is doorgecomponeerd, de begeleidingsfiguren blijven echter in wezen gelijk en geven de nodige eenheid. Deel 2 - Hetzelfde is het geval in het tweede lied. Hierin is het strijkerscorps normaal bezet, zij het in aantal sterk gereduceerd. Deel 3 - Hier ligt het zwaartepunt van de expressie geheel in het rijk bezette orkest; meer dan in de andere liederen is de zangstem hier ondergeschikt gemaakt en nu en dan zelfs bijna instrumentaal behandeld. Jan van Gilse voelde zich sterk aangetrokken tot de beschouwelijke poëzie van de Oosterse dichter Tagore (1861-1941), waarin een zekere mystiek samengaat met menselijke bewogenheid. De twee eerste gedichten zijn tedere impressies uit het kinderleven; het derde is een innig liefdesgedicht.
De liederen vormen geen illustratieve muziek, en de componist heeft geen bewuste poging gedaan om een soort van Oosters-exotisch klankvisioen op te roepen. Willem Andriessen gaf van deze liederencyclus eens de volgende karakteristiek: "Nobel welft zich de sensitieve melodische lijn in de zangstem, gedragen door een orkestratie, die, hoewel ingehouden door 's componisten wijze zelfbeperking, in geen enkel opzicht wordt belemmerd in de weerspiegeling der bewogenheid". - WILLEM PIJPER