gerelateerde werken
Zilveren-feestmarsch : for 4-hands piano / Jan van Gilse
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Piano 4 handen
Bezetting:
pf4h
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
vn-solo sopr-solo sopr-m-solo picc 2fl 2ob eh 2cl cl-b 2fg cfg 2h 2tpt 2trb tb 3perc pf str
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
sopr 2222 4331 timp perc cel 2hp str(18.16.16.12.8.)
Holland / [tekst] E.J. Potgieter, Joh. Bordewijk-Roepman
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
alt 2322 4330 perc hp str
compositie
Drei Gesänge aus Rabindranath Tagore's Gitanjali : für eine Sopranstimme und Orchester / componirt von Jan van Gilse
Overige auteurs:
Gothein, Marie Luise
(Tekstdichter/librettist)
Tagore, Rabindranath
(Tekstdichter/librettist)
Gilse, Jan van
(Componist)
Bevat:
Langsam, durchweg sehr zart
Leicht und fliessend
Mässig, feierlich und ruhig
Toelichting:
Program note (Dutch): Deze liederen zijn in een laat-Romatische stijl en munten vooral uit door bijzondere orkestbehandeling. Deel 1 - Ongewoon hier is de orkestratie: in het strijkorkest spelen alleen een klein aantal alten, violoncellen en contrabassen en een kwartet. Het lied is doorgecomponeerd, de begeleidingsfiguren blijven echter in wezen gelijk en geven de nodige eenheid. Deel 2 - Hetzelfde is het geval in het tweede lied. Hierin is het strijkerscorps normaal bezet, zij het in aantal sterk gereduceerd. Deel 3 - Hier ligt het zwaartepunt van de expressie geheel in het rijk bezette orkest; meer dan in de andere liederen is de zangstem hier ondergeschikt gemaakt en nu en dan zelfs bijna instrumentaal behandeld. Jan van Gilse voelde zich sterk aangetrokken tot de beschouwelijke poëzie van de Oosterse dichter Tagore (1861-1941), waarin een zekere mystiek samengaat met menselijke bewogenheid. De twee eerste gedichten zijn tedere impressies uit het kinderleven; het derde is een innig liefdesgedicht.
De liederen vormen geen illustratieve muziek, en de componist heeft geen bewuste poging gedaan om een soort van Oosters-exotisch klankvisioen op te roepen. Willem Andriessen gaf van deze liederencyclus eens de volgende karakteristiek: "Nobel welft zich de sensitieve melodische lijn in de zangstem, gedragen door een orkestratie, die, hoewel ingehouden door 's componisten wijze zelfbeperking, in geen enkel opzicht wordt belemmerd in de weerspiegeling der bewogenheid". - WILLEM PIJPER