componist

Straesser, Joep

Joep Straesser geldt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de generatie die rond 1960 het beeld van de nieuwe muziek in Nederland hielp bepalen. De grote lijn in de ...

gerelateerde werken

Symphony for strings : (2nd symphony), 1989 / Joep Straesser

Genre: Orkest
Subgenre: Strijkorkest
Bezetting: str

Concertante : für Flöte und Orchester / Henri Zagwijn

Genre: Orkest
Subgenre: Fluit en orkest
Bezetting: 0222 2100 timp cel hp str fl-solo

Concert voor fluit en kamerorkest : 1994-1995, revision 1996 / Paul Termos

Genre: Orkest
Subgenre: Fluit en orkest
Bezetting: 0332 2000 str fl-solo

Jardin public : divertissement pour flûte et orchestre / Jan van Dijk

Genre: Orkest
Subgenre: Fluit en orkest
Bezetting: 2222 2210 timp perc str fl-solo

 

compositie

Chamber concerto nr. 3 : for flute solo and chamber orchestra, 1993 / Joep Straesser

Uitgever: Amsterdam: Donemus, cop. 1993
Uitgavenummer: 08424
Genre: Orkest
Subgenre: Fluit en orkest
Bezetting: 0111 1100 perc str(8.6.5.4.2.) fl-solo
Bijzonderheden: Opgedragen aan Eleonora Pameijer. - Met financiële steun van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst. - Tijdsduur: ca. 18'
Tijdsduur: 18'00"
Status: nog niet gedigitaliseerd (verwachte levertijd 14 dagen)

Bevat:
Allegro
Molto sostenuto
Adagio
Toelichting:
Program note (Dutch): (Première: 26-9-1997 - Beurs van Berlage, Amsterdam - Eleonore Pameijer, fluit met het Nederlands Kamerorkest o.l.v. Philippe Entremont). (...). Hoewel ook op een enkele plek in het tweede deel een gegeven uit het eerste deel terugkeert, is het toch vooral in het derde deel dat gegevens uit de delen 1 en 2 terugkeren en wel op niet mis te verstane wijze! Al in maat 18 duikt in de hobo en de klarinet het pregnante terstmotief op uit deel 1 dat nu een variant blijkt te zijn van het snelle kernmotief van deel 3 zelf; in maat 29 treffen we in de fluit, die hier even als orkestinstrument functioneert, de hobo en de klarinet het rustige melodische gegeven aan dat in deel 1 als een soort tweede thema fungeerde en dat hier gecombineerd wordt met de snelle muziek van deel 3 zelf. Heel opvallend is ook het in maat 48 plotseling opduikende slagwerkmotief (templeblocks) waarmee deel 1 begon en dat hier het sein geeft tot het - even later - terugkeren van de lang uitgesponnen fluitmelodie uit
deel 2 die hier wordt gecombineerd met de langzame muziek waarmee deel 3 zelf begon. Het voert te ver om hier alle nog volgende combinaties van gegevens te bespreken; als laatste nog een opmerking over het slot van dit derde deel dat tegelijkertijd het slot is van het gehele werk. Het wordt gekenmerkt door een combinatie van een stijgende snelle figuur, materiaal uit deel 3 zelf, met een dalende, ritmisch pregnante figuur in de tomtoms als een herinnering aan het slotmotief van deel 1. Het stuk sluit als het ware in dubbele zin af! Dergelijke "heroptredens" van vroegere gegevens in een nieuwe context zijn door de luisteraar te herkennen omdat hij het muzikale "verhaal" van het stuk heeft meebeleefd en hen al eerder leerde kennen. Bij het tweede hierboven beschreven idee waarbij muziek uit een ander werk wordt geciteerd ligt dat anders. Een dergelijke manier van doen is natuurlijk allereerst voor de componist zelf interessant. De luisteraar die het stuk waaruit wordt geciteerd niet
kent zal zo'n situatie zeer waarschijnlijk ontgaan. Daarom hier een kleine luistertip met betrekking tot het tweede deel van dit fluitconcert. Dit deel, onmiskenbaar het zwaartepunt van de gehele compositie, begint met een lang uitgesponnen fluitmelodie ondersteund door enkele kwintmotieven in de vibrafoon en enkele zachte bekken- en triangelklanken. Deze passage eindigt met een dalende lijn in de celli die als materiaal ook al in deel 1 aanwezig was en een fanfare-achtig motiefje in de gestopte trompet. Daarna volgt een nieuwe muziek voor fluit en strijkers waarvan het materiaal verwant is aan muziek uit het derde, langzame, deel van de Symphony for strings uit 1989. Dan volgt een terugkeer van de fluitmelodie van het begin in combinatie met een variant van de dalende lijn, nu in het hele strijkorkest. Ook deze passage wordt afgesloten met de eerder gehoorde "fanfare", nu in de hoorn. Na een overgangsmuziek via een solo voor de fagot volgt het eigenlijke citaat in de vorm van een
passage voor strijkorkest con sordino uit genoemde symfonie die de componist als een van de mooiste plekken uit zijn gehele oeuvre beschouwt. Ook dit gedeelte wordt weer afgesloten met de inmiddels bekende "fanfare", nu weer voor de gestopte trompet, waarna de "eigen" muziek van het tweede deel zijn loop herneemt. Dat in het hier beschreven citaat uit de Symphony for strings de soliste even niet meedoet vindt zijn oorzaak in de bedoeling ervan: niet alleen kan zij even uitrusten van al het werk dat al gedaan is; tegelijkertijd biedt de componist haar op deze plaats een muzikaal fragment aan dat hij, zoals reeds gezegd, als een van zijn mooiste beschouwt en dat hij hier opvoert als een hommage aan deze excellente muzikante die zich al gedurende zoveel jaren met zoveel overtuiging inzet voor de muziek van Nederlandse componisten. - JOEP STRAESSER

Interesse
Heeft u interesse om dit werk aan te schaffen? Laat ons dit dan vrijblijvend weten zodat we dit werken met voorrang kunnen digitaliseren.
Naam
E-mail