componist

Adriaansz, Peter

Peter Adriaansz werd in 1966 in Seattle (VS) geboren. Opleiding Hij studeerde orgel aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij o.a. Leo van Doesselaar, Bert Matter en Wim van Beek. Compositie ...

gerelateerde werken

Chant negatif : (Chants monotones part 3), for soprano, percussion and string orchestra, 1994, on French text / Peter Adriaansz

Genre: Vocaal
Subgenre: Zangstem en orkest
Bezetting: sopr 0000 0000 5perc str

Fläka : 1983, revised version 1985 / Klas Torstensson

Genre: Orkest
Subgenre: Groot ensemble (12 of meer spelers)
Bezetting: 0020 sax 1110 2perc(pf) 2vl vla vc cb

Reflexion pastorale : for mandoline ensemble, 1996-1997 / Bernard van Beurden

Genre: Orkest
Subgenre: Groot ensemble (12 of meer spelers); Groot ensemble (12 of meer spelers)
Bezetting: 6man 3mand 3g cb

Gadget : for winds and double-bass, 1972-'79 / Will Eisma

Genre: Orkest
Subgenre: Groot ensemble (12 of meer spelers)
Bezetting: 2231 sax-a 2000 cb

 

compositie

Barrier music : (Little piece of repression), for ensemble, 1995 / Peter Adriaansz

Uitgever: Amsterdam: Donemus, 1995
Uitgavenummer: 08880
Genre: Orkest
Subgenre: Groot ensemble (12 of meer spelers)
Bezetting: 1000 3sax 1330 pf cb
Bijzonderheden: Voor fluit (tevens piccolo), 3 saxofoons, hoorn, 3 trompetten, 3 trombones, piano en contrabas. - In opdracht van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst. - Geschreven voor De Volharding. - Cop. 1995. - Tijdsduur: ca. 20'
Tijdsduur: 20'00"
Aantal spelers: 13
Compositiejaar: 1995
Status: nog niet gedigitaliseerd (verwachte levertijd 14 dagen)

Bevat:
Scarcely
Neither
But
Indeed
Oh?
Maybe
Toelichting:
Program note (Dutch): 'Barrier music', oftewel 'Little piece of repression', is in aard een tegendraads en reactionair werk en gaat, zoals de titel het al aangeeft, over onderdrukking. De wens tot onderdrukking is het product van de wens tot onvermogende expressie - een thematiek die, om de een of andere reden, altijd weer opduikt binnen mijn muziek. Onvermogen heeft een natuurlijk en een kunstmatig gezicht: de halve pogingen van een zieke zijn soms aantrekkelijker dan de hele resultaten van een gezonde - maar soms ook juist afstotelijker al naargelang de dispositie van de toeschouwer. Mislukte pogingen van een verzwakte sterkere daarentegen zijn bijna altijd aangrijpend: wat is immers angstaanjagender: iemand die achter een veilig (?) gesloten deur zijn intentie uitschreeuwt jou te willen vermoorden of iemand die zonder aankondiging je daadwerkelijk zeer doeltreffend voor je het weet de hersens inslaat? Of, wat is aangrijpender: de kampioen die onderuit gaat door een losgeraakte veter of de kampioen
die de victorie van zijn zoveelste soepele zege op een rij viert? Hoe stoerder het individu des te krachtiger is zijn verzwakking. 'Barrier music' gaat voornamelijk over deze tweede vorm van onvermogen, hier kunstmatig opgeroepen door het incomponeren van dergelijke "deuren" en geprepareerde "veters". De muzikale vertaling hiervan leidt over het algemeen tot de volgende vormen van repressie, uiteenlopend van onderdrukte dynamiek (intensieve articulatie binnen een te zachte dynamiek, decrescendo op pieknoten) via demping (van begin tot einde een zich constant herhalende progressieve afdemping), de status quo van het materiaal (monolitisch materiaal, zwak van karakter, zonder ontwikkeling), de aard van de materie (dwarse lineariteit) en de onderliggende relaties in de rol van de zogenaamde "onderdrukkerspartijen" in de "continuo-instrumenten": fluit, piano, contrabas) tot in de titel zelf (een groot stuk in formaat, klein gehouden in naam). Deze processen vinden alleen plaats binnen een
zesdelige structuur voorzien van gespreksmatige titels (scarcely, neither, but, indeed, oh? en maybe) die óf duiden op een mogelijke inhoud óf de verhoudingen binnen de spelende partijen aangeven. De delen zeggen in feite op dezelfde manier steeds iets anders, afhankelijk van het doel. De twee slotdelen wijken in zoverre af dat het basismateriaal, na een proces van geleidelijke eenwording, in perspectief wordt gezet en even van een quasi-functionele kant wordt getoond. Het onderdrukken houdt echter stand tot het einde. - PETER ADRIAANSZ

Interesse
Heeft u interesse om dit werk aan te schaffen? Laat ons dit dan vrijblijvend weten zodat we dit werken met voorrang kunnen digitaliseren.
Naam
E-mail