alle werken

33 werken in Donemus catalogus

populaire werken

Lent, vague, indécis : for instrumental ensemble, 1992-93 / Diderik Wagenaar

Genre: Orkest
Subgenre: Groot ensemble (12 of meer spelers)
Bezetting: 1121 1000 cel harm hp 2vl vla vc cb

Tien vocale minuten : voor mezzosopraan en bas / [red. Michael Nieuwenhuizen]

Genre: Vocaal
Subgenre: Zangstem solo; Vocaal ensemble (2-12)
Bezetting: sopr-m bas ; sopr-m ; bar ; bas

Praxis : symphonie voor twee vleugels met ad libitum hobo (althobo), 1973, revisie 1990 / Diderik Wagenaar

Genre: Kamermuziek
Subgenre: Piano; Hobo en toetsinstrument
Bezetting: (ob(eh) ad lib.) 2pf

nieuwste editie

Bells, Birds and Blue Notes : for piano left hand / Diderik Wagenaar

Genre: Kamermuziek
Subgenre: Piano 1 hand
Bezetting: pf

 

componist

Wagenaar, Diderik

Nationaliteit: Netherlands
Geboortedatum: 1946-05-10
Website: Featured Composer's Page

In de loop der jaren heeft Diderik Wagenaar zorgvuldig en met nauwgezetheid een eigen oeuvre opgebouwd. Wagenaar schrijft langzaam en reviseert zijn composities regelmatig. Daarbij is hij nooit bewust op zoek geweest naar een eigen stijl. "Hij wikt en weegt zijn noten net zolang totdat de klanken hun interne logica prijsgeven", aldus Desmond Haneveer over Wagenaar in 'Motief' (1999). In zijn composities streeft Wagenaar naar een synthese van de heldere, ritmisch krachtige muziektaal van de jazz en Stravinsky en het meer naar expressie neigende idioom van de laatromantiek, de Tweede Weense School en Scriabin. In de jaren zeventig maakt Wagenaar deel uit van de Haagse school (Louis Andriessen, Gilius van Bergeijk, Cornelis de Bondt) en deelt hij hun sterke voorliefde voor glasheldere structuren en muziek met een duidelijke puls. In de jaren tachtig keert de complexiteit en meerlagigheid terug in zijn werk, onder meer in zijn magnum opus 'Metrum' (1981-1984; herz. 1986). In de jaren negentig en daarna krijgen Wagenaars partituren meer openheid, meer ruimte voor lyriek en zijn weer helderder van structuur.

1946

Diderik Wagenaar komt op 10 mei ter wereld in Utrecht. Hij is een achterneef van componist Johan Wagenaar (1862-1941).

1964

Diderik Wagenaar blijft als componist grotendeels autodidact maar aan het Koninklijk Conservatorium studeert hij piano bij Simon Admiraal en muziektheorie bij Jan van Dijk, Hein Kien en Rudolf Koumans. Later volgt hij analyselessen bij Kees van Baaren die zijn interesse in componeren aanwakkeren.

1971 - 1973

Samen met Louis Andriessen en Gilius van Bergeijk vormt Wagenaar het trio Digilou dat improvisatie- en compositie-elementen combineert; zijn compositie 'Praxis' (1973) voor twee piano's en hobo vloeit hieruit voort. In 1973 stop het trio met de samenwerking.

1978

Diderik Wagenaar schrijft 'Tam Tam' voor het muziekensemble Hoketus dat door Louis Andriessen en studenten aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag is opgericht in 1976.

1989

Voor zijn compositie 'Metrum' (1981-1984; herz. 1986) ontvangt Diderik Wagenaar de Kees van Baarenprijs.

1990

Diderik Wagenaar wordt docent muziektheorie en analyse van de twintigste-eeuwse muziek aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag. Later doceert hij daar ook orkestratie en compositie.

1995

Componist/musicus John Godfrey van het Engelse ensemble Icebreaker maakt een speciaal arrangement van Wagenaars 'Metrum'.

1996

Voor zijn compositie 'Trois poèmes en prose', voor sopraan en orkest (1995) krijgt Wagenaar de Matthijs Vermeulenprijs. "Een bijzondere mijlpaal in het oeuvre van Wagenaar", oordeelde de jury.

2000

Zijn volledige, grootschalige compositie 'Galilei' (1999) voor koor en orkest gaat in première in het Concertgebouw Haarlem. De uitvoering is in handen van het Noordhollands Philharmonisch Orkest onder leiding van Jurjen Hempel.

2001

Diderik Wagenaar is centrale gast tijdens de Bang on a Can Marathon in New York (Next Wave Festival in het Brooklyn Academy of Music). Het Engelse ensemble Icebreaker voert werk van Wagenaar uit.

2006

Het werk 'Ricordanza' gaat in première tijdens de ZaterdagMatinee in het Concertgebouw Amsterdam. Het Asko Ensemble onder aanvoering van Emilio Pomárico voert de orkestcompositie uit.