gerelateerde werken
Trois Chansons (Apollinaire) : for baritone and orchestra / Micha Hamel
Genre:
Orkest
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
2fl (1pic) 2ob 2cl (1bcl) 2 fg (1cfg) 2hn trp trb 2perc hp cel bar str
Galimathias Musicum : for symphony orchestra (and forte piano) / Martijn Padding
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2fl(fl-a) 2ob 2cl 2fg 2h 2trp perc pf str
Keep going : for 20 wind instruments, violin, cello and double-bass / Hans Kornac
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2243 sax 4220 vl vc cb
Tweede suite : voor orkest, opus 88, 1980 / Léon Orthel
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2222 4230 timp 2perc str
compositie
Waak : for orchestra, 2000 / Micha Hamel
Auteur(s):
Hamel, Micha
(Componist)
Toelichting:
Miscellaneous Information: Uitgave in voorbereiding; ter inzage op aanvraag; Program note (Dutch): [Première: 21 oktober 2000 - Den Haag - Residentie Orkest o.l.v. Jurjen Hempel (Festival In de Branding)] - Waak is een pendant van Vuurdoop, gemaakt met een uiterst eenvoudige opzet. Het is een educatief stuk; je zou het zelfs een compositorische etude kunnen noemen. Het werk bestaat uit zeven episoden waarin steeds een ander interval centraal staat. In elke episode komen ook spiegelvormen van het centrale interval voor, zowel horizontaal als verticaal (melodisch en harmonisch). De compositie is heel symmetrisch opgebouwd rond een as. Zo staat in de eerste episode de reine kwint centraal, in episode 2 de kleine secunde, in episode 3 de grote terts, vervolgens respectievelijk de grote secunde, de reine kwart en de kleine terts. In het zevende en laatste deel staat de overmatige kwart centraal, het 'oneindige interval'. Dit interval noem ik ''oneindig'' omdat je bij spiegeling steeds weer op dezelfde noten uitkomt. Aan het slot worden de intervallen steeds groter, met glissandi
naar boven en beneden, tot de melodie buiten het bereik van het orkest valt. Daarnaast onderscheiden de deeltjes zich door een karakteristieke instrumentatie. Zo klinkt in de episoden met secundes het strijkorkest, en in de episodes met de grote en kleine terts klinken respectievelijk de koperblazers en de houtblazers. De overige delen hebben elk een geheel eigen instrumentatie. Opvallend is ook het gebruik van de sopraan- en tenorblokfluit. Deze instrumenten heb ik toegepast vanwege hun dunne, ijle klank. Tussen de episoden door klinkt steeds een refrein, waarin de spiegelas opnieuw wordt gedefinieerd; na elke episode zakt deze as een halve toon. Het refrein is niet steeds hetzelfde, maar ontwikkelt zich, zoals al mijn muziek onderhevig is aan een constante evolutie. - MICHA HAMEL