componist

Frid, Géza

Géza Frid is een gematigd modern componist en heeft in zijn schrijfwijze een markant gevoel voor ritme en melodische fantasie, die geworteld is in de muziekfolklore van zijn geboorteland Hongarije.

gerelateerde werken

Dimensies : voor piano, (1967) / Géza Frid

Genre: Kamermuziek
Subgenre: Piano; Elektronica met verschillende instrumenten; Piano met elektronica
Bezetting: pf tape / 2pf / 3pf

Toccata voor orkest : opus 84, -1973- / Géza Frid

Genre: Orkest
Subgenre: Orkest
Bezetting: 3223 4331 8-5perc cel 2hp str

Introduzione : per orchestra, 1969 / Tera de Marez Oyens

Genre: Orkest
Subgenre: Orkest
Bezetting: 2fl 2ob 2cl 2fg timp perc cel str

De bergen : drie monomotivische stukken voor orkest, 1982 / Karel Mengelberg

Genre: Orkest
Subgenre: Orkest
Bezetting: 2222 2200 timp str

 

compositie

Caecilia-ouverture : op. 45 / Géza Frid

Uitgever: Amsterdam: Donemus, cop. 1954
Uitgavenummer: 03670
Genre: Orkest
Subgenre: Orkest
Bezetting: 3222 4331 timp perc str
Bijzonderheden: Bron van beschr.: koptitel. - Voor orkest. - In opdracht van de Johan Wagenaarstichting. - Jaar van comp.: 1953. - Tijdsduur: 8'
Tijdsduur: 8'00"
Compositiejaar: 1953
Status: nog niet gedigitaliseerd (verwachte levertijd 14 dagen)

Toelichting:
Program note (Dutch): (Première: 1-2-1958 - Concertgebouw, Amsterdam - Concertgebouworkest o.l.v. Antal Dorati). Daar het stuk Nederlands van karakter moest zijn en geschikt om als opening van een orkestconcert te dienen, leek het mij een goede gelegenheid om hiervoor van de mijns inziens ten onrechte verwaarloosde oud-Nederlandse folklore gebruik te maken. Mijn keus viel op het bekende Vlaamse volksliedje 'Ik zag Caecilia komen', een eeuwenoude melodie, die van tijd tot tijd in verschillende plaatsen van Europa opduikt (in Engeland, Scandinavië en zelfs in Noordoost-Europa). In Smetana's Moldau komt men haar, weliswaar enigszins gewijzigd, tegen en merkwaardigerwijze vertoont ook het tegenwoordige officiële Israëlsche volkslied grote gelijkenis met de Caecilia-melodie.
Ofschoon versmolten met het overige thematisch materiaal van eigen vinding bepaalt dit volkslied uitdrukkelijk karakter en opbouw van de ouverture. Na enkele maten inleiding verschijnt de Caecilia-melodie eerst voor solo-cello (Andante dolente), wordt dan voortgezet door de violen en weer opgenomen door de cello-solo, waarmee de introductie van de ouverture eindigt.
Hierop volgt het hoofddeel (Allegro risoluto) in sonatevorm, met een beweeglijk, enigszins schertsend hoofdthema en een meer zangerig tweede thema, beide hoogst eenvoudig van structuur.
Aan het eind van de expositie komt de langzame introductie terug, waarna een episode voor vier solo-violen tot de korte doorwerking leidt. De reprise brengt eerst het tweede thema terug en vindt haar hoogtepunt in het samengaan van het pompeuze Caecilia-lied met het beweeglijke hoofdthema.
Een korte coda met versnelde beweging besluit de ouverture. - GEZA FRID

Interesse
Heeft u interesse om dit werk aan te schaffen? Laat ons dit dan vrijblijvend weten zodat we dit werken met voorrang kunnen digitaliseren.
Naam
E-mail