gerelateerde werken
Forbidden Music Regained : Volume 2
Genre:
Onbekend
Max Havelaar : for symphonic wind orchestra / Marijn Simons
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2fl 2ob eh 2fg cfg 4cl 2cl-b cl-cb sax-s 2sax-a 3sax-t sax-bar 4h tpt-picc 3tpt 3trb trb-b 3bar 3tb 2stringbass hp pf timp 5perc 3tpt(offstage) perc(offstage)
Black City : Concerto for violoncello and orchestra Nº 2 / Douglas Knehans
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
vc-solo dulc pf hp sopr(offstage) 2fl(picc) 2ob 2cl 2fg(cfg) 4h 2tpt 2trb-t trb-b tb timp 3perc str
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2101 0000 str
compositie
Caecilia-ouverture : voor orkest / Géza Frid
Auteur(s):
Frid, Géza
(Componist)
Toelichting:
Program note (Dutch): (Première: 1-2-1958 - Concertgebouw, Amsterdam - Concertgebouworkest o.l.v. Antal Dorati). Daar het stuk Nederlands van karakter moest zijn en geschikt om als opening van een orkestconcert te dienen, leek het mij een goede gelegenheid om hiervoor van de mijns inziens ten onrechte verwaarloosde oud-Nederlandse folklore gebruik te maken. Mijn keus viel op het bekende Vlaamse volksliedje 'Ik zag Caecilia komen', een eeuwenoude melodie, die van tijd tot tijd in verschillende plaatsen van Europa opduikt (in Engeland, Scandinavië en zelfs in Noordoost-Europa). In Smetana's Moldau komt men haar, weliswaar enigszins gewijzigd, tegen en merkwaardigerwijze vertoont ook het tegenwoordige officiële Israëlsche volkslied grote gelijkenis met de Caecilia-melodie.
Ofschoon versmolten met het overige thematisch materiaal van eigen vinding bepaalt dit volkslied uitdrukkelijk karakter en opbouw van de ouverture. Na enkele maten inleiding verschijnt de Caecilia-melodie eerst voor solo-cello (Andante dolente), wordt dan voortgezet door de violen en weer opgenomen door de cello-solo, waarmee de introductie van de ouverture eindigt.
Hierop volgt het hoofddeel (Allegro risoluto) in sonatevorm, met een beweeglijk, enigszins schertsend hoofdthema en een meer zangerig tweede thema, beide hoogst eenvoudig van structuur.
Aan het eind van de expositie komt de langzame introductie terug, waarna een episode voor vier solo-violen tot de korte doorwerking leidt. De reprise brengt eerst het tweede thema terug en vindt haar hoogtepunt in het samengaan van het pompeuze Caecilia-lied met het beweeglijke hoofdthema.
Een korte coda met versnelde beweging besluit de ouverture. - GEZA FRID