gerelateerde werken
Antiphonie : voor blaaskwintet en vier klanksporen / Ton de Leeuw
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Blaaskwintet; Elektronica met verschillende instrumenten; Blaaskwintet met multimedia
Bezetting:
fl ob cl h fg tape
In Ecclesiis A 40 : voor 8 ensembles / Daan Manneke
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
I: ob cl 2cl (2ssax) fg 2 bsax (bcl cl) bcl II: 5trp III: 4trb tba IV: 4hn V: 3trp VI: 3trb tba VII: 2fl (pic) 2asax cl VIII: hn trp 2trb tba perc
Movements : for orchestra, (1981) / Tristan Keuris
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2fl fl(pic) 2ob ob(eh) 3cl cl-b 2fg fg(cfg) 4h 3trp 3trb tb timp 4perc hp str
Le Moment : for bass clarinet and orchestra / Bernard van Beurden
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
cl-b 3trp 2h 2trb tb hp vibr mar xyl glock tub-bells 2perc str
compositie
Alba : concerto da camera for small orchestra, 1982, r[evised] 1986 / Ton de Leeuw
Overige auteurs:
Leeuw, Ton de
(Componist)
Toelichting:
Program note (Dutch): Alba, (dageraad) is de titel van dit concerto da camera uit 1982. De muzikale schrijfwijze wordt op veel plaatsen gekenmerkt door een paarsgewijze behandeling van gelijke instrumenten (2 hoorns, 2 violen) of groepen van instrumenten. Dit geeft aanleiding tot het ontstaan van een aantal zogenaamde gymels (tweelingszangen), die door het hele werk heen opduiken. Sommige ervan treden maar één keer op, andere laten zich herhalen, al of niet gevarieerd. De modale structuur van het werk wordt onder meer bepaald door het optreden van twee met elkaar verwante modi, die - afhankelijk van het muzikale verloop - apart of gecombineerd gebruikt worden. Dit muzikale verloop weer wordt beheerst door een tijdstructuur die in opzet het best vergeleken kan worden met die van de Indiase klassieke muziek, maar die als zelfstandig element is geïntegreerd in een hedendaagse vormentaal. Het eerste deel start al onmiddellijk met een groep van drie elkaar opvolgende gymels (2 hoorns - 2 hobo's - 2 hoorns).
Daarna zetten de strijkers in, vanuit de lagere regionen (gymels in 2 contrabassen en 2 altviolen) geleidelijk opklimmend, waarbij de gymels gaandeweg opgaan in het totaal, om tegen het einde weer op te duiken. Het tweede deel is overwegend langzaam en kenmerkt zich door onder andere de opeenvolging van een aantal episodes die onderling contrasteren in beweging en karakter. De laatste van deze episodes sluit zonder onderbreking aan op het begin van het derde deel. De beweging van dit laatste deel is snel en continu. Men zou misschien kunnen denken aan één grote rondedans die alsmaar doorgaat, maar waaruit steeds andere stukjes worden belicht. - TON DE LEEUW