gerelateerde werken
Spatial music IV : homage to Igor Strawinsky, for twelve players / Ton de Leeuw
Genre:
Orkest
Subgenre:
Groot ensemble (12 of meer spelers)
Bezetting:
5wind-instr 2perc pf 2vl vla vc
Concerto : for string quartet and chamber orchestra / Mehdi Hosseini
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2vn vla vc fl ob cl fg cfh 2h str
Rapsodie Mosanne (Symfonisch gedicht) : voor orkest / Piet Kingma
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
picc fl ob cl fg h trp trb(ad lib.) perc timp hp str
Six overtures opus 8: Sinfonia I : voor orkest / Johann August Just
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
0200 2000 str(vl vla bc)
compositie
Alba : concerto da camera for small orchestra, 1982, r[evised] 1986 / Ton de Leeuw
Auteur(s):
Leeuw, Ton de
(Componist)
Toelichting:
Program note (Dutch): Alba, (dageraad) is de titel van dit concerto da camera uit 1982. De muzikale schrijfwijze wordt op veel plaatsen gekenmerkt door een paarsgewijze behandeling van gelijke instrumenten (2 hoorns, 2 violen) of groepen van instrumenten. Dit geeft aanleiding tot het ontstaan van een aantal zogenaamde gymels (tweelingszangen), die door het hele werk heen opduiken. Sommige ervan treden maar één keer op, andere laten zich herhalen, al of niet gevarieerd. De modale structuur van het werk wordt onder meer bepaald door het optreden van twee met elkaar verwante modi, die - afhankelijk van het muzikale verloop - apart of gecombineerd gebruikt worden. Dit muzikale verloop weer wordt beheerst door een tijdstructuur die in opzet het best vergeleken kan worden met die van de Indiase klassieke muziek, maar die als zelfstandig element is geïntegreerd in een hedendaagse vormentaal. Het eerste deel start al onmiddellijk met een groep van drie elkaar opvolgende gymels (2 hoorns - 2 hobo's - 2 hoorns).
Daarna zetten de strijkers in, vanuit de lagere regionen (gymels in 2 contrabassen en 2 altviolen) geleidelijk opklimmend, waarbij de gymels gaandeweg opgaan in het totaal, om tegen het einde weer op te duiken. Het tweede deel is overwegend langzaam en kenmerkt zich door onder andere de opeenvolging van een aantal episodes die onderling contrasteren in beweging en karakter. De laatste van deze episodes sluit zonder onderbreking aan op het begin van het derde deel. De beweging van dit laatste deel is snel en continu. Men zou misschien kunnen denken aan één grote rondedans die alsmaar doorgaat, maar waaruit steeds andere stukjes worden belicht. - TON DE LEEUW