gerelateerde werken
Spatial music IV : homage to Igor Strawinsky, for twelve players / Ton de Leeuw
Genre:
Orkest
Subgenre:
Groot ensemble (12 of meer spelers)
Bezetting:
5wind-instr 2perc pf 2vl vla vc
Notenkrakers' notulen : for soprano and orchestra / Bram Kortekaas; text by Lex Bohlmeijer
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
sopr-solo 2fl(picc) 2ob(eh) 2cl(cl-b) 2fg(cfg) 2h 2tpt trb-t trb-b timp 2perc pf/cel hp str
De groote vogel : voor bariton en orkest / [muziek] Andries de Braal, [tekst] J.J. de Stoppelaar
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
bar 1100 2000 str
Two Songs and a Tear : for 3 sopranos and orchestra / Guus Janssen
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
3sopr pic fl ob cl cl-b fg h trp trb 3perc 2vl vla vc cb
compositie
Brabant : symfonisch lied voor middenstem en orkest / muziek Ton de Leeuw, op tekst van Harriet Laurey
Auteur(s):
Laurey, Harriet
(Tekstdichter/librettist)
Leeuw, Ton de
(Componist)
Toelichting:
Program note (Dutch): (Première: 6-5-1960 - Breda - Wilhelmina Matthès, Brabants Orkest o.l.v. Hein Jordans).
Het aan dit lied ten grondslag liggende gedicht van Harriet Laurey is een loflied op Brabant. De zuivere, ingetogen toon van dit gedicht is bepalend geworden voor de sfeer van de muziek. Deze gebruikt zelden de grote klankexpansies van het romantische orkest, maar verloopt eerder in een welhaast kamermuziekachtige stijl, met een sterk accent op de kleurwerking.
Het woord 'Brabant' aan het begin en het slot van het gedicht krijgt in de muziek een extra betekenis, daar het solistisch gezongen wordt, in lange, melismatische lijnen. Het werk begint dus met deze solo, die ook voor het verdere verloop van groot belang blijkt te zijn. Hij bevat namelijk al het tonenmateriaal van de compositie, in de vorm van drie twaalftoonreeksen. De twaalftoontechniek wordt in dit werk echter op vrije wijze toegepast. De drie reeksen dienen ertoe om de diverse muzikale situaties bij de tekst te karakteriseren. Als voorbeeld van een dergelijke situatie moge hier slechts genoemd worden de passage waar de tekst luidt: "en nergens is het kinderlijk geluid zo zuiver afgestemd op vogelzingen". Over langzame, diepe bastonen en verre kopersignalen horen we hier in de houtblazers korte, over elkaar buitelende motiefjes - canonisch - die als een gestileerde uitbeelding van deze zin kunnen gelden. - TON DE LEEUW