gerelateerde werken
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Gemengd koor
Bezetting:
GK4
Zwei Lieder : für Bariton und Instrumente, (1971) / Robert de Roos
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en groot ensemble; Zangstem en instrument(en)
Bezetting:
bar fl ob(eh) cl(cl-b) perc cel pf (1-4)vla (1-3)vc
L'autunno di Christina : Dramatic scene for soprano and large ensemble / Klas Torstensson
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en groot ensemble
Bezetting:
sopr-solo fl/picc ob/eh cl-cl-b fg tpt h trb-t/trb-b pf 2perc 2vn vla vc db
Der tolle Mensch : stem en ensemble, 2003 / Maarten Altena
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en groot ensemble
compositie
Urban songs : soprano, large ensemble, computers / Klas Torstensson
Overige auteurs:
Torstensson, Klas
(Tekstdichter/librettist)
Torstensson, Klas
(Componist)
Toelichting:
Program note (Dutch): [Première: 25 februari 1993 - Centre Georges Pompidou, Parijs - Charlotte Riedijk, Ensemble InterContemporain o.l.v. David Robertson] - Als componist voel ik mij aangetrokken tot het schrijven van series - of 'families' - van composities om mij zodoende voor een langere periode te kunnen concentreren op een specifiek probleem of specifieke probleemstelling. Een voorbeeld hiervan is mijn triptiek Licks & Brains voor saxofoons en ensemble (1987-'88). In het geval van Urban Songs voor sopraan, groot ensemble en computers, is de 'familie' klein; behalve dit stuk is het enige andere 'familielid' een compositie voor sopraan solo, Urban Solo (eveneens geschreven voor Charlotte Riedijk). Het traditionele Libanese volkslied Abu Zeluf - zoals gezongen door de zangeres Dunya Yunis - zou misschien ook tot deze 'familie' kunnen worden gerekend; zowel Urban Solo als Urban Songs (eerste lied) zijn gedeeltelijk geïnspireerd door dit liedje. Het liedje wordt echter nooit geciteerd; we moeten
de overeenkomsten eerder zoeken in bepaalde soorten ornamentiek en in de gebezigde spraakklanken (ontdaan van hun oorspronkelijke semantische betekenis!). Is het eerste deel (lied) - in weerwil van de titel van de compositie - in bepaalde opzichten 'ruraal' te noemen, het tweede deel (lied) is uitgesproken 'urbaan' van karakter. Het refereert niet alleen aan een 'stedelijke' muziekstijl (het zal vast niemand ontgaan welke muziek er wordt bedoeld), maar ook de 'montage'-achtige structuur zou ondenkbaar zijn zonder stedelijke technologieën zoals bijvoorbeeld de samplingtechniek. - KLAS TORSTENSSON