gerelateerde werken
Spatial music IV : homage to Igor Strawinsky, for twelve players / Ton de Leeuw
Genre:
Orkest
Subgenre:
Groot ensemble (12 of meer spelers)
Bezetting:
5wind-instr 2perc pf 2vl vla vc
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
2222 4230 timp str
Hei, 't was in de mei : scherzo voor orkest / Willem Andriessen
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
3222 4331 timp 2perc hp str
Symphony Nº 3 : voor orkest / Hans Kox
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
3333 6431 timp 4-5perc str
compositie
Mouvements rétrogrades : for orchestra, (1957) / Ton de Leeuw
Auteur(s):
Leeuw, Ton de
(Componist)
Bevat:
Andante
Andantino
Allegro leggiero
L'istesso tempo
Allegro (l'istesso tempo)
Moderato con moto
Allegro mosso
(L'istesso tempo)
Poco largo
Lento
Toelichting:
Program note (Dutch): Het is geschreven voor groot symfonieorkest en bestaat uit tien korte onderdelen. De titel van het werk kan al direct aan het eerste deel verklaard worden. Het eerste strijkorkest zet in met een muzikaal gegeven dat ruim vier maten in beslag neemt; hierop volgt een antwoord, dat eigenlijk hetzelfde materiaal vertegenwoordigt, maar ritmisch gezien van achter naar voren wordt gespeeld. Deze twee-eenheid vormt de eerste helft van het deel; de tweede helft brengt een ander gegeven met eveneens een teruglopend (retrograad) antwoord. Het totaal bestaat dus uit twee groepen die beide in het midden een muzikale spiegel hebben.
Alle tien delen hebben in grote trekken dezelfde opbouw, maar deze wordt steeds op geheel andere wijze belicht. We hebben als het ware te maken met tien verschillende facetten van dezelfde structuur. Het is dus niet meer zo, dat een thema of motief wordt geëxposeerd, en dan later wordt ontwikkeld. Eerder kunnen we spreken van een statisch evenwicht in de muziek. We zouden deze toestand kunnen vergelijken met een ronddraaiend kristal dat aan zichzelf gelijk blijft, maar steeds andere lichtwaarden reflecteert. Wat hier gezegd werd over de vorm geldt uiteraard ook voor de andere elementen. Hoewel de structuur en de toepassing hiervan in sommige opzichten sterk afwijken van de gebruikelijke compositorische middelen is een nadere bespreking op deze plaats toch van minder belang. De lezer zal begrijpen dat alle muzikale bouwstenen op hetzelfde doel gericht moeten zijn, om een harmonisch geheel mogelijk te kunnen maken. Voor wat betreft de beweging kunnen we vier onderdelen onderscheiden: 1.
De eerste twee delen zijn los van elkaar en hebben een betrekkelijk matig tempo. 2. De delen 3, 4 en 5 vormen een geheel, in snel tempo. 3. Deel 6 is een rustige introductie van de verbonden delen 7 en 8, beide in snel tempo, terwijl
4. 9 en 10 een sluitstuk vormen in langzaam tempo. - TON DE LEEUW