gerelateerde werken
Invocations : for mezzo-soprano, mixed choir and instrumental ensemble, 1983 / Ton de Leeuw
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Gemengd koor en instrumenten
Bezetting:
sopr-m 3sopr 3alt 3ten 3bas 3cl h trb 2perc pf(el.pf)
A Patchen Cycle : Version for baritone and orchestra / Douglas Knehans; lyrics by Kenneth Patchen
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
bar-solo picc 2fl 2ob eh 2cl cl-b 2fg cfg 4h 3tpt 2trb-t trb-b tb 2perc hp str
Quale Coniugium! : Version for mezzo soprano or baritone and orchestra / Willem Jeths
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
voc 2fl(picc) 2ob(eh) 2cl 2fg(fg-c) 2h 2trp 2trb tb perc cel str
The Old Superb : for soprano and orchestra / Charles Villiers Stanford; arr. by Maxim Kolomiiets
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Zangstem en orkest
Bezetting:
sopr-solo 2fl ob 2cl 2bsn 2h 2tp 2trb perc str
compositie
Haiku II : for soprano and orchestra, (1968) / Ton de Leeuw
Auteur(s):
Hashin
(Tekstdichter/librettist)
Henderson, H.G.
(Tekstdichter/librettist)
Kobayashi, Issa
(Tekstdichter/librettist)
Matsuo, Basho
(Tekstdichter/librettist)
Ryusui
(Tekstdichter/librettist)
Soin
(Tekstdichter/librettist)
Leeuw, Ton de
(Componist)
Bevat:
Riding
Cool
No sky
Limpid
Old pond
Naked horse
Toelichting:
Program note (Dutch): (Première: 5-7-1968 - Rotterdam - Dorothy Dorow, Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart). Haiku II verwijst terug naar vroeger ontstane composities. In de eerste plaats naar de cyclus Haiku I en de opera De droom. In beide werken werd gebruik gemaakt van haikus, korte Japanse gedichten, waarvoor het gebruik van associatieve ideeën karakteristiek is. Zij roepen niet alleen een bepaalde stemming op, maar ook helder geprofileerde beelden die aanleiding geven tot meervoudige interpretaties. Dit is eveneens essentieel. In De Droom zijn de haikus reeds sterk opgesplitst, tot op afzonderlijke letters aan toe, die zijn verdeeld over het 32-stemmige koor. In deze compositie wordt de opsplitsing op een verschillende manier uitgewerkt: de woorden en klanken van de verschillende gedichten zijn met elkaar vermengd. Zo vormen zij nieuwe woord- en zinsconstructies die, semantisch gesproken, onbegrijpelijk zijn: de muziek is niet bedoeld om een verstaanbare uitdrukking aan de tekst
te geven. De tekst is eerder het klankmateriaal, vergelijkbaar met instrumentale klanken die aan het licht treden. Soms komen in deze klankstromen inderdaad plotseling verstaanbare woorden aan de oppervlakte; alle zes haikus die zijn gebruikt komen op z'n minst één keer in hun originele vorm voor. Op die manier krijgen zij als het ware een nieuwe dimensie. Geheel in de geest van de haikus, mag de luisteraar zich vrij voelen de fragmenten en dezelfde woorden in een andere context die een totaal verschillend effect hebben, te interpreteren. Het muzikale effect blijft echter het belangrijkste. - TON DE LEEUW (vert. Donemus)