gerelateerde werken
Toccata voor orkest : opus 84, -1973- / Géza Frid
Genre:
Orkest
Subgenre:
Orkest
Bezetting:
3223 4331 8-5perc cel 2hp str
Sinfonietta voor viool en orkest : (1941) / Guillaume Landré
Genre:
Orkest
Subgenre:
Viool en orkest
Bezetting:
2222 3221 timp perc str vl-solo
Diyar : for solo violin and symphony orchestra / Aftab Darvishi
Genre:
Orkest
Subgenre:
Viool en orkest
Bezetting:
vn-solo 2fl 2ob 2cl 2fg 4h 2tpt 3trb tb timp str
Concerto : per due violini e orchestra / Berend Giltay
Genre:
Orkest
Subgenre:
Viool en orkest
Bezetting:
3222 4231 timp perc str 2vl-solo
compositie
Concert : voor drie violen en orkest / Géza Frid
Auteur(s):
Frid, Géza
(Componist)
Bevat:
Pesante
Improvisando
Grazioso
Giusto
Toelichting:
Program note (Dutch): (Première: 4-7-1970 - Den Haag - Dick Bor, Christian Bor, Emmy Verhey, Residentie Orkest o.l.v. Igor Buketoff). (...) Het werk bestaat uit 4 delen, die zonder onderbreking in elkaar overgaan.
Pesante: een motorisch voortstuwend deel in consequent volgehouden 5/8 maat, in vrije vorm, meer motivisch dan thematisch verwerkt, met schrille dissonanten, haast zonder rustpunten. Improvisando: (het orkest is gereduceerd tot blazers, harp en slagwerk, de strijkers zwijgen) zeer labiel van vorm, biedt dit gedeelte aan de solisten gelegenheid om in korte cadensachtige passages hun eigen karakter te tonen. Ook enkele orkestinstrumenten krijgen hier solistische momenten, zoals de 2 klarinetten in het begin, later de fagotten, de trombones, de tuba en tenslotte de 2 hobo's. Een groot contrast vormt hiermede het 3de deel.
Grazioso: een soort scherzo met lichtflitsend perpetuum mobile-achtige solopartijen, begeleid door strijkers, harp en slagwerk (blazers accent). Ook een metronoom schaart zich hier bij de slaginstrumenten en bepaalt in enkele maten in het begin en aan het eind het hechte, haast mechanisch voortstuwende tempo.
In het 4de deel Giusto doet weer het volle orkest mee. Dit is het meest traditionele gedeelte van het Concert, zowel wat vorm als harmonische constructie betreft. Het pregnante hoofdthema en het weemoedige tweede thema zijn duidelijk te onderscheiden, ook een soort doorwerking, de reprise, de cadens voor 3 violen (die in plaats van het te verwachten virtuoos vuurwerk een expressieve oase in het stuk vormt), een fugato (ingezet door de klarinetten) en het coda. Ook de tonale binding is overheersend: G majeur in het begin en aan het eind, weliswaar met het grote septiem (fis) erbij. - GEZA FRID