gerelateerde werken
Caprices roumains : choeur d'hommes, (a six voix), opus 86a, 1975 / G|'eza Frid
Genre:
Vocaal
Subgenre:
Mannenkoor
Bezetting:
MK6
Vioolconcert : 2008 / Will Eisma
Genre:
Orkest
Subgenre:
Viool en orkest
Bezetting:
2fl 2ob 2cl 2sax fg 2h trp trb tb timp mar/vibr hp str vl-solo
planète verte, planète bleue : for violin and orchestra / Max Knigge
Genre:
Orkest
Subgenre:
Viool en orkest
Bezetting:
picc 2fl 2ob 2cl cl-b 2bsn 4h 2tpt 3trb perc hrp str
Concerto Nº 3 : for violin and orchestra / Hans Kox
Genre:
Orkest
Subgenre:
Viool en orkest
Bezetting:
fl ob cl fg 2h 2trp str vl-solo
compositie
Concert : voor drie violen en orkest / Géza Frid
Overige auteurs:
Frid, Géza
(Componist)
Bevat:
Pesante
Improvisando
Grazioso
Giusto
Toelichting:
Program note (Dutch): (Première: 4-7-1970 - Den Haag - Dick Bor, Christian Bor, Emmy Verhey, Residentie Orkest o.l.v. Igor Buketoff). (...) Het werk bestaat uit 4 delen, die zonder onderbreking in elkaar overgaan.
Pesante: een motorisch voortstuwend deel in consequent volgehouden 5/8 maat, in vrije vorm, meer motivisch dan thematisch verwerkt, met schrille dissonanten, haast zonder rustpunten. Improvisando: (het orkest is gereduceerd tot blazers, harp en slagwerk, de strijkers zwijgen) zeer labiel van vorm, biedt dit gedeelte aan de solisten gelegenheid om in korte cadensachtige passages hun eigen karakter te tonen. Ook enkele orkestinstrumenten krijgen hier solistische momenten, zoals de 2 klarinetten in het begin, later de fagotten, de trombones, de tuba en tenslotte de 2 hobo's. Een groot contrast vormt hiermede het 3de deel.
Grazioso: een soort scherzo met lichtflitsend perpetuum mobile-achtige solopartijen, begeleid door strijkers, harp en slagwerk (blazers accent). Ook een metronoom schaart zich hier bij de slaginstrumenten en bepaalt in enkele maten in het begin en aan het eind het hechte, haast mechanisch voortstuwende tempo.
In het 4de deel Giusto doet weer het volle orkest mee. Dit is het meest traditionele gedeelte van het Concert, zowel wat vorm als harmonische constructie betreft. Het pregnante hoofdthema en het weemoedige tweede thema zijn duidelijk te onderscheiden, ook een soort doorwerking, de reprise, de cadens voor 3 violen (die in plaats van het te verwachten virtuoos vuurwerk een expressieve oase in het stuk vormt), een fugato (ingezet door de klarinetten) en het coda. Ook de tonale binding is overheersend: G majeur in het begin en aan het eind, weliswaar met het grote septiem (fis) erbij. - GEZA FRID