gerelateerde werken
Suite : van kleine stukken, voor 31-toons-orgel, (1954) / Henk Badings
Genre:
Kamermuziek
Subgenre:
Orgel
Bezetting:
org
Omaggio a Sweelinck : per 24 strumenti a corda e clavicembalo / Jurriaan Andriessen
Genre:
Orkest
Subgenre:
Twee of meer verschillende solo-instrumenten en orkest
Bezetting:
cemb str(7.5.3.3.1.) 2vl-vla-vc-cb-solo
Sinfonia concertante : 2007 / Henk van der Vliet
Genre:
Orkest
Subgenre:
Twee of meer verschillende solo-instrumenten en orkest
Concerto Rotterdam : voor jazz-combo en symfonie-orkest / Jurriaan Andriessen
Genre:
Orkest
Subgenre:
Twee of meer verschillende solo-instrumenten en orkest
Bezetting:
3222 4331 timp 3perc hp str combo: sax-a sax-t trp trb cb perc
compositie
Tripelconcert No. III : voor fluit, hobo, klarinet en orkest / Henk Badings
Auteur(s):
Badings, Henk
(Componist)
Bevat:
Introduzione e allegro energico
Cadenze accompagnate
Finale
Toelichting:
Program note (Dutch): [Première: 23 mei 1985 - Brabants Orkest]. - De keuze van de drie solo-instrumenten is geïnstigeerd door de Eindhovense Kunstcommissie. Er zijn drie delen: 1. Lento - Allegro, 2. Cadenze accompagnate, 3. Molto Allegro e Giocoso. Het eerste deel begint met een langzame inleiding, waarin boven donkere strijkers- en slagwerkklanken eerst de klarinet, dan de fluit, vage contouren in het lage register spelen. De hobo brengt een meer geprofileerd scherzando-gegeven. Deze drie gegevens worden vervolgens polymelodisch gecombineerd en leiden in een zich versnellende passage naar het snelle hoofddeel. Dit wordt door vijf (ook wel vier of drie) slagen in het orkest en een snelle triolenbeweging, die ontleend is aan het hobo-motief, gekenmerkt. Trouwens ook het melodisch materiaal uit de inleiding van fluit en klarinet speelt voortdurend een rol in de ontwikkeling. Het eerste deel sluit met een orkesttutti. Het tweede deel bestaat uit cadensen met een doorzichtige begeleiding van
slaginstrumenten. Weer komt eerst de klarinetsolo, dan de fluitsolo en de hobosolo, ieder met thematisch materiaal, dat uit de inleiding van het eerste deel ontwikkeld is. Ten slotte verschijnen de drie solo-instrumenten tezamen, begeleid door de vibrafoon in een aleatorisch mozaïek. Het derde deel heeft een snelle beweging in een overwegend additief ritme. Een rondo-achtig licht thema verschijnt eerst in de hobo boven stijgende strijkersfiguren. Na virtuoze passages van de drie soli komt het thema in tegenbeweging in de fluit, later retrograde en bitonaal in fluit en klarinet. De finale vindt zijn afsluiting in cadens-achtige solofiguren boven een aleatorische begeleiding, die met steeds korter wordende tussenpozen onderbroken worden door orkestinterrupties, waaruit de soli aan het einde in een figuur van hoge harmonischen te voorschijn komen. - HENK BADINGS