componist

Leeuw, Ton de

Ton de Leeuw (16 november 1926, Rotterdam) ontwikkelt zich tot één van de belangrijkste Nederlandse componisten van de 20ste eeuw. Zijn vroege inspiratiebronnen zijn Béla Bártòk en Willem Pijper. Na ...

gerelateerde werken

Spatial music IV : homage to Igor Strawinsky, for twelve players / Ton de Leeuw

Genre: Orkest
Subgenre: Groot ensemble (12 of meer spelers)
Bezetting: 5wind-instr 2perc pf 2vl vla vc

Tre psalmi : = (Trois psaumes) / Jacques Beers

Genre: Vocaal
Subgenre: Zangstem en orkest
Bezetting: alt 3333 2220 timp perc hp str

De zieke buur : voor alt en orkest / op tekst van François Pauwels, Jeanne Beyerman-Walraven

Genre: Vocaal
Subgenre: Zangstem en orkest
Bezetting: alt 4334 4331 timp 3perc cel 2hp str

Wijding aan mijn vader : (1939-'43-geïnstr. '47) voor mannenstem en orkest / met toegevoegd pianouit[t]reksel, [tekst] K. v.d. Woestijne (Het vader-huis 1896-1903), Jan van Dijk

Genre: Vocaal
Subgenre: Zangstem en orkest
Bezetting: bar 3233 3000 hp str

 

compositie

Brabant : symfonisch lied voor middenstem en orkest / muziek Ton de Leeuw, op tekst van Harriet Laurey

Uitgever: Amsterdam: Donemus, cop. 1960
Uitgavenummer: 07085
Genre: Vocaal
Subgenre: Zangstem en orkest
Bezetting: medium 3333 4331 timp 2perc cel hp str
Bijzonderheden: In opdracht van het Brabants Orkest. - Jaar van comp.: 1959. - Tijdsduur: ca. 10'
Tijdsduur: 10'00"
Status: nog niet gedigitaliseerd (verwachte levertijd 14 dagen)

Overige auteurs:
Laurey, Harriet (tekstdichter/librettist)
Toelichting:
Program note (Dutch): (Première: 6-5-1960 - Breda - Wilhelmina Matthès, Brabants Orkest o.l.v. Hein Jordans).
Het aan dit lied ten grondslag liggende gedicht van Harriet Laurey is een loflied op Brabant. De zuivere, ingetogen toon van dit gedicht is bepalend geworden voor de sfeer van de muziek. Deze gebruikt zelden de grote klankexpansies van het romantische orkest, maar verloopt eerder in een welhaast kamermuziekachtige stijl, met een sterk accent op de kleurwerking.
Het woord 'Brabant' aan het begin en het slot van het gedicht krijgt in de muziek een extra betekenis, daar het solistisch gezongen wordt, in lange, melismatische lijnen. Het werk begint dus met deze solo, die ook voor het verdere verloop van groot belang blijkt te zijn. Hij bevat namelijk al het tonenmateriaal van de compositie, in de vorm van drie twaalftoonreeksen. De twaalftoontechniek wordt in dit werk echter op vrije wijze toegepast. De drie reeksen dienen ertoe om de diverse muzikale situaties bij de tekst te karakteriseren. Als voorbeeld van een dergelijke situatie moge hier slechts genoemd worden de passage waar de tekst luidt: "en nergens is het kinderlijk geluid zo zuiver afgestemd op vogelzingen". Over langzame, diepe bastonen en verre kopersignalen horen we hier in de houtblazers korte, over elkaar buitelende motiefjes - canonisch - die als een gestileerde uitbeelding van deze zin kunnen gelden. - TON DE LEEUW

Interesse
Heeft u interesse om dit werk aan te schaffen? Laat ons dit dan vrijblijvend weten zodat we dit werken met voorrang kunnen digitaliseren.
Naam
E-mail