componist

Leeuw, Ton de

Ton de Leeuw (16 november 1926, Rotterdam) ontwikkelt zich tot één van de belangrijkste Nederlandse componisten van de 20ste eeuw. Zijn vroege inspiratiebronnen zijn Béla Bártòk en Willem Pijper. Na ...

gerelateerde werken

Tien vocale minuten : voor mezzosopraan en bas / [red. Michael Nieuwenhuizen]

Genre: Vocaal
Subgenre: Zangstem solo; Vocaal ensemble (2-12)
Bezetting: sopr-m bas ; sopr-m ; bar ; bas

In hora mortis : lied voor mezzosopraan en kamerorkest, 1990 / Jan van de Putte

Genre: Vocaal
Subgenre: Zangstem en orkest
Bezetting: sopr-m pic cl fg 2h trb 2perc pf str(6.6.6.6.6.)

Kerstliedje : voor zangstem en orkest / [tekst] (J.H. Leopold), Alexander Voormolen

Genre: Vocaal
Subgenre: Zangstem en orkest
Bezetting: medium 2002 2000 cel hp str

Drei Gesänge aus Rabindranath Tagore's Gitanjali : für eine Sopranstimme und Orchester / componirt von Jan van Gilse

Genre: Vocaal
Subgenre: Zangstem en orkest
Bezetting: sopr 2322 4330 timp perc cel hp str

 

compositie

Brabant : symfonisch lied voor middenstem en orkest / muziek Ton de Leeuw, op tekst van Harriet Laurey

Uitgever: Amsterdam: Donemus, cop. 1960
Uitgavenummer: 07085
Genre: Vocaal
Subgenre: Zangstem en orkest
Bezetting: medium 3333 4331 timp 2perc cel hp str
Bijzonderheden: In opdracht van het Brabants Orkest. - Jaar van comp.: 1959. - Tijdsduur: ca. 10'
Tijdsduur: 10'00"
Status: nog niet gedigitaliseerd (verwachte levertijd 14 dagen)

Overige auteurs:
Laurey, Harriet (tekstdichter/librettist)
Toelichting:
Program note (Dutch): (Première: 6-5-1960 - Breda - Wilhelmina Matthès, Brabants Orkest o.l.v. Hein Jordans).
Het aan dit lied ten grondslag liggende gedicht van Harriet Laurey is een loflied op Brabant. De zuivere, ingetogen toon van dit gedicht is bepalend geworden voor de sfeer van de muziek. Deze gebruikt zelden de grote klankexpansies van het romantische orkest, maar verloopt eerder in een welhaast kamermuziekachtige stijl, met een sterk accent op de kleurwerking.
Het woord 'Brabant' aan het begin en het slot van het gedicht krijgt in de muziek een extra betekenis, daar het solistisch gezongen wordt, in lange, melismatische lijnen. Het werk begint dus met deze solo, die ook voor het verdere verloop van groot belang blijkt te zijn. Hij bevat namelijk al het tonenmateriaal van de compositie, in de vorm van drie twaalftoonreeksen. De twaalftoontechniek wordt in dit werk echter op vrije wijze toegepast. De drie reeksen dienen ertoe om de diverse muzikale situaties bij de tekst te karakteriseren. Als voorbeeld van een dergelijke situatie moge hier slechts genoemd worden de passage waar de tekst luidt: "en nergens is het kinderlijk geluid zo zuiver afgestemd op vogelzingen". Over langzame, diepe bastonen en verre kopersignalen horen we hier in de houtblazers korte, over elkaar buitelende motiefjes - canonisch - die als een gestileerde uitbeelding van deze zin kunnen gelden. - TON DE LEEUW

Interesse
Heeft u interesse om dit werk aan te schaffen? Laat ons dit dan vrijblijvend weten zodat we dit werken met voorrang kunnen digitaliseren.
Naam
E-mail